Nun at Oscars once an Elvis co-star

Reblogged from CNN Belief Blog:

'God is the bigger Elvis', according to nun Dolores Hart, once co-star of Elvis. Need I say more about Elvis being a modern day saint?

Leave a Comment

Filed under Uncategorized

De heilige is dood, sterren wijzen ons de weg – artikel Tussenruimte maart 2012


Eén van de meest bekeken videoclips van 2011 op Youtube begint met een dozijn motorrijders à la de Hell’s Angels die over een Amerikaanse snelweg rijden. In rode letters staat er JUDAS en een kruis. Lady Gaga zit achterop bij the leader of the pack. Hij draagt eerst een helm en daarna een gouden doornenkroon. Op de leren jacks staat geen ‘Hells Angels’, maar lezen we: Thomas, Peter, Philip, John, Judas. Lady Gaga kijkt naar Judas. De dampende muziek van het nummer Judas begint. De wervelende videoclip is sinds haar verschijnen in voorjaar 2011 maar liefst 112 miljoen keer bekeken op Youtube. De religieuze symboliek en bijbelse verwijzingen zijn overdadig. Lady Gaga bezingt als een Maria Magdalena dat Jezus haar deugd is, maar dat haar liefde uitgaat naar de foute man Judas. Zelfs als hij haar drie keer zal verraden, zal zij zijn voeten met haar haren wassen. Of haar tienerpubliek de vele bijbelse verwijzingen van Lady Gaga (zelf geboren in 1986) nu snapt of niet: het is één van de grootste hits van 2011 en zijzelf is volgens Time Magazine één van de meest invloedrijke mensen ter wereld.

De kerkelijke situatie is Nederland lijkt niet rooskleurig: volgens het Sociaal Cultureel Planbureau heeft de Nederlandse burger weinig vertrouwen in de kerk. Het kerkbezoek loopt volgens onderzoek van Kaski terug en volgens marktonderzoeksbureau Motivaction sluit de kerk slechts aan bij twee van de acht ‘mentality’-groups die de Nederlandse samenleving kent. Daarbij lijkt traditionele religiositeit in het algemeen in het verdomhoekje te zitten: religieuze slacht en besnijdenis krijgen er van langs in de media en politiek. Je zou denken dat religiositeit daarmee ook afgedaan heeft voor jonge mensen. Het tegendeel is het geval. Religiositeit in brede zin leeft volop. Helden en idolen van nu zijn de moderne heiligen die graag gebruik maken van religieuze symboliek. Of dat goed nieuws is voor de traditionele kerken, valt te betwijfelen. Alleen de traditionele burgerij (16 procent van de bevolking) en de post-materialisten (10 %) worden door bijvoorbeeld de Protestantse Kerk in Nederland bereikt. Spannend is wel dat elke Mentality groep haar eigen spirituele vragen en behoeftes heeft. En misschien ook haar eigen heiligen? Sociale wezens die we zijn – kuddedieren zelfs- hebben we een aangeboren behoefte aan voorbeelden, rolmodellen, helden, sterren en heiligen.

Willem Frijhoff exploreerde als hoogleraar in de geschiedenis van de Nieuwe Tijd aan de VU in zijn boek ‘Heiligen, idolen, iconen’ (1998) de verschillen, overeenkomsten en interferenties tussen deze begrippen. Er zijn volgens verschillen tussen deze begrippen aan te geven, maar in het maatschappelijk gebruik lopen ze in elkaar over. Historisch zijn er ook constanten aan te wijzen: omdat protestanten iets tegen het begrip heiligen hadden, gebruikten zij de term ‘vromen’, maar de praktijk van het ten voorbeeld stellen van iemands leven bleef hetzelfde. Jan Peter Margry stelt in zijn boek ‘Shrines and Pilgrimage in the modern world’ (2008) dat graven van politici, artiesten, muzikanten en sporters nieuwe niet-kerkgebonden bedevaartsoorden zijn. Hij beschrijft in zijn boek bijvoorbeeld hoe bezoekers van de graven van Tito, Elvis Presley en Jim Morrison zich als pelgrims gedragen.

Vooropgesteld moet worden dat het woord heilig anno nu in is onmin geraakt. Navraag onder mijn tienerkinderen en twee nichtjes levert op dat heiligen dood moeten zijn, idolen levend. Heiligen staan hoger dan idolen. Dit onwetenschappelijk kwalitatieve onderzoek levert me op dat men bij een heilige denkt aan Franciscus van Assisi en ook aan Jezus, hoewel strikt genomen geen heilige. Idolen van hen zijn: Justin Bieber, Lady Gaga, One Direction en Spiderman. Justin Bieber en Lady Gaga zijn popsterren die beide muzikaal begaafd zijn en hun eigen nummers schrijven en uitvoeren, One Direction is een Engelse boy band. Spiderman is de stripfiguur die ook filmheld is. Als idool geldt ook Amy Winehouse, de in 2011 overleden singer-songwriter, berucht om haar drank- en drugsgebruik. Een idool kan dus ook dood zijn.

Ik heb me eerder gebogen over een dood idool: Elvis Presley. Tijdens een collegereeks voor studenten Amerikanistiek over Elvis als hedendaagse heilige kwamen de studenten tot de conclusie dat Elvis-fans zelf huiverig zijn om te spreken over hun idool in termen van ‘heilige’ of onwillig zijn om hun verering religieus te duiden. Woorden als ‘religie’, ‘kerk’ en ‘heilig’ behoren blijkbaar tot een andere leefwereld, een ander taalveld. Opmerkelijk is wel dat de geïnterviewde fans met zoveel devotie en emotie over hun gevoelens voor Elvis praten, dat de indruk die gewekt wordt toch die van gelovigen is. Hun eigen leven en lijden wordt zinvol en dragelijk doordat men troost vind in de muziek van Elvis en in het onderzoeken van het leven en lijden van hun idool. In 2011 heb ik een viertal meerdaagse vormingsdagen gehouden met militairen onder de titel ‘I did it my way’, levenslessen van Elvis Presley. Daarin liepen we door het leven van Elvis, langs hoogte- en dieptepunten en vervolgens door onze eigen levens. Uit die gesprekken bleek dat Elvis en zijn muziek vreugde biedt bij de hoogtepunten in de levens van de deelnemers, denk aan verliefdheden en huwelijken en troost bij de dieptepunten: echtscheiding, ziekte, rouw. Ook stelden we de vraag: ‘Wat zou je wel en wat zou je niet willen overnemen van Elvis?’. Van Elvis als mens wilde men bijvoorbeeld wel het charisma, de energie, het talent en de gulheid overnemen, maar niet zijn eenzaamheid, zijn depressie, zijn verslaving en zijn onzekerheid.

Ik durf te stellen dat anno 2012 zowel de term heilig bezoedeld is, als ook de term idool. Klinkt de eerste te verheven, klassiek en religieus, de tweede klinkt niet-intellectueel en onvolwassen. Met beide wil je als weldenkende Nederlander niet geassocieerd worden. Toch heeft elke sociale laag van onze samenleving haar helden, idolen, sterren en heiligen. Zelfs Nederlandse atheïstische intellectuelen onttrekken zich niet aan dit fenomeen. Charles Darwin bijvoorbeeld heeft de status van heilige onder de niet-gelovige intellectueel. In het planetarium van Artis is zijn reis met de Beagle verfilmd als ware het een hagiografie. Ook Nietzsche, Freud en Einstein hebben zo’n heilige status. In de wereld van wetenschap is de Nobelprijs zoveel als een heiligverklaring, of op zijn minst een zaligverklaring. Andere erflaters van onze cultuur hebben ook een heilige status, uit de wereld van de klassieke muziek: Bach, Mozart, Beethoven. In de wereldpolitiek geldt iemand als Nelson Mandela of de Dalai Lama als lichtend voorbeeld, een heilige. In de ogenschijnlijk no nonsense wereld van bedrijfsleven en technologie komen ook heiligen voor: toen in oktober 2011 de oprichter van computerbedrijf Apple, Steve Jobs, overleed werd hij op slag heiligverklaard. Liefhebbers van de door hem ontwikkelde computerapparatuur staken spontaan kaarsje aan bij Apple-stores overal ter wereld. De held, wordt ster, wordt idool, wordt heilig. En raakt in vergetelheid: hij is heilig voor even.

Politieke helden hebben het zwaar anno nu. In 2011 vielen de standbeelden van onder andere Ghadaffi en Mubarak. Het volk kiest nu zelf zijn helden en heiligen. Sinds de hausse aan talentenshows als Idols, X-factor en The Voice of Holland weten we dat we allemaal zelf een ster kunnen worden, een idol. Maar door het zo te benoemen, ben je het meteen ook niet. Oude gezagsdragers verliezen hun status: een minister of (voormalig) minister-president wordt duchtig aan de tand gevoeld door journalisten of een parlementaire enquetecommissie. Buitenlandse kopstukken als Dominique Strauss-Kahn of Jacques Chirac verliezen hun oppermachtige status en belanden voor de rechter. We gunnen iedereen de ‘fifteen minutes of fame’ van Andy Warhol, maar eisen ook iets:’What goes up, must come down’.

In onze eigen geschiedenis kennen we ook politieke helden. Wie van ons kent Jan van Speijk nog, laat staan: vereert hem? Deze jonge marine-officier blies zichzelf in februari 1831 op en met hem vele Belgen, om te voorkomen dat zijn schip in handen van de vijand viel. Hij was op slag een held. Restanten van zijn uniform werden eerbiedig bewaard en tentoongesteld. Bij Koninklijk Besluit werd diezelfde maand bepaald dat er altijd een marineschip naar hem genoemd moest zijn (wat nog steeds het geval is!). Maar we zijn niet meer trots op wat Van Speijk heeft gedaan, zo we het nog weten. Politieke helden hebben niet het eeuwige leven. Militaire helden evenmin: de Afghanistan-veteraan Marco Kroon kreeg de Militaire Willemsorde toegekend voor heldhaftig optreden; tegelijk werd hem een proces aan de broek gedaan vanwege vermeende drugshandel en verboden wapenbezit. De held anno nu staat onder curatele.

Ondanks dat niemand op voorhand heilige of idool wil zijn, en we er liever niet voor uitkomen dat we een idool of heilige hebben, zijn er altijd idolen onder ons en dienen nieuwe zich aan. In de wereld van de populaire cultuur gevuld met popmuziek, celebrities en films heeft iedere generatie haar heiligen. De babyboomers hadden James Dean, Elvis, Jim Morrison, John Lennon. Radio, TV, vinyl en tijdschriften waren de media waarmee zij hun publiek bereikten. De generatie X heeft Kurt Cobain, Tupac Shakur, Lady Diana en Michael Jackson als heiligverklaarde doden. TV, tabloids (roddelpers), videoclips en CD’s waren de media die aan hun sterrenstatus bijdroegen. Daarnaast zijn er nog levende heiligen als Bob Dylan, Bono maar ook Oprah Winfrey. Voor de huidige generatie tieners zijn er de al eerder genoemde Justin Bieber en Lady Gaga. Justin Bieber, geboren in 1994, is een Canadese zanger die via filmpjes die zijn moeder op Youtube zette, ontdekt is. Zijn roem en succes is onlosmakelijk verbonden met de opkomst van de sociale media als Youtube, Twitter en Facebook. De held, idool, ster of heilige is niet alleen een sociaal fenomeen – het bindt een groep aan elkaar- maar is ook verbonden met de technische media van zijn/haar tijd. Ging de verkondiging van het heiligenleven vroeger via succesievelijk verhalen, liederen, fresco’s, beelden, schilderijen en sinds de boekdrukkunst via boeken en sinds film en TV via de moderne media; nu gebruiken onze idolen de sociale media.

Ogenschijnlijk zou je kunnen constateren dat oude heiligen verdwenen zijn, dat de kerkelijkheid verdwijnend is en dat de nieuwe idolen en heiligen ons weinig verheffends voorhouden. Maar de schijn bedriegt. Want een opmerkelijk verschijnsel vind ik dat veel beroemdheden geen geheim maken van hun geloof of fascinatie voor religie. Behalve de aangehaalde clip over Judas van Lady Gaga heeft zij het op haar laatste CD ‘Born this way’ in verschillende nummers over Jezus of God. In de titelsong Born this way zingt ze ‘it doesn’t matter if you love him of capital H.I.M.’ en bezingt ze dat het goed is zoals je geboren bent: homo, hetero, bi, lesbisch of transgender. ‘I’m beautiful in my way’, ‘want God maakt geen fouten’, zingt Lady Gaga. Een religieuze verdediging van homosexualiteit kan natuurlijk als blasfemisch worden opgevat, wat dan ook prompt gebeurde. Kenners zijn overtuigd van Lady Gaga’s oprechte bedoelingen richting homo’s en richting God. De controverse schuwt ze daarbij niet. Op dezelfde CD staat het nummer Bloody Mary waarin ze weer lijkt te zingen als Maria Magdalena tegen Jezus: ‘And when you’re gone I’ll tell them my religion’s you. When Pontius comes to kill the king upon his throne I’m ready for their stones. I’ll dance, (…) Like Jesus said (…) Forgive him before he’s dead’. ‘Als je weg bent, zal ik hen zeggen dat jij mijn geloof bent. Wanneer Pontius komt om de koning op zijn troon te doden, ben ik klaar voor hun stenen. Ik zal dansen zoals Jezus zei. Vergeef hem voor hij dood is.’ Tekst en beelden zijn voor meerdere uitleg vatbaar, maar op zijn minst kunnen we stellen dat Lady Gaga religieuze symboliek aantrekkelijk vindt. Minder controversieel is Justin Bieber die in zijn liedjes geen religieuze verwijzingen heeft, maar er in interviews geen geheim van maakt dat hij christen is. Elke dag bidt hij en leest hij uit de bijbel, volgens een vraaggesprek met de Britse krant The Guardian. Dichterbij huis zijn er ook onverwachte Bekende Nederlanders die een positieve kijk op geloof hebben. Presentatrice Yolanthe Cabau van Kasbergen is de vrouw van voetbal international Wesley Sneijder. Van hen was al bekend dat Wesley Sneijder vanwege haar katholieke geloof ook rooms-katholiek was geworden. Op Twitter meldde Yolanthe onlangs dat zij beide een zelfde tatoeage hebben laten plaatsen: ‘Even though I walk through the valley of the shadow of death, I will fear no evil. (psalm 23)’. Dit bleef op Twitter en in de kerkelijke pers niet onopgemerkt. Ik vind het een geestig signaal dat hoewel officiële religiositeit afneemt, onze helden, sterren, idolen hun christelijke taal en beelden gebruiken. Zijn of worden zij als moderne heiligen onze voorbeelden? De vraag is of de officiële kerken, theologen en voorgangers deze wilde religiositeit kunnen duiden, toepassen, benutten. Ik ben er van overtuigd dat er een heel creatief, spiritueel veld braak ligt, waar zich pakweg acht mentality-groepen op bewegen (samen zo’n 70 %) van de bevolking, waar de officiële kerken zoals de Protestantse Kerk in Nederland en de Rooms-Katholieke Nederlandse kerkprovincie nog veel terrein zouden kunnen winnen. Kijken we neer op deze religieuze uitingen in de populaire cultuur of beseffen we dat we die serieus moeten nemen? Alleen al de speelsheid en de lichtvoetigheid waarmee bijbelse verwijzingen worden opgenomen in de populaire cultuur is iets waar ik blij en optimistisch van word.

Fred Omvlee (1965) is predikant bij de marine, Elvis-deskundige en winnaar van de Webfish Award 2011 aanmoedigingsprijs Social Media.

Leave a Comment

Filed under Uncategorized

Het klooster in met Elvis! Bezinningsdagen I did it my way in klooster Huissen

Met Elvis naar het klooster! I did it my way, bezinningsdagen rond Elvis Presley 25/26 augustus, 27/28 september 2012

In het jaar waarin Elvis’ 35ste sterfdag herdacht wordt, vindt een bezinning op zijn leven plaats in het Dominicanenklooster te Huissen. Een tweedaagse bezinning op het leven van muzieklegende Elvis Presley waarin we zijn levensloop bekijken, langs jeugd, roem, geloof, moeilijkheden en overlijden en ook bezinnen op onze eigen levensloop. Welke muziek speelt een rol bij de hoogte- en dieptepunten in ons eigen leven? Wat zouden we van Elvis kunnen leren en wat niet?

De muziek van Elvis Presley (1935-1977) ontroert en inspireert mensen nog steeds. Ook zijn persoonlijkheid en leven spreken anno 2012 tot de verbeelding. Tijdens deze twee dagen in het fraaie Domincanenklooster te Huissen nemen we alle tijd om te bezinnen op leven en muziek van Elvis en op onze eigen levens. We lopen langs het leven van muzieklegende Elvis ; langs zijn arme jeugd, de ontdekking van zijn roem, zijn tegenslagen, zijn geloof, zijn medicijnverslaving, depressies en overlijden. We staan ook stil bij wat Elvis en Graceland na zijn dood gingen betekenen. We bekijken de Elvis-documentaire ‘Elvis, that’s the way it is’. Maar vooral betrekken we het op onze eigen levensloop. Welke muziek speelt een rol bij de hoogte- en dieptepunten in jouw eigen leven? Wat zouden we van Elvis kunnen leren en wat niet?

Tijdens deze dagen is er ook gelegenheid om de diensten in het klooster bij te wonen.

Aan de deelnemers wordt gevraagd om iets mee te nemen wat voor hen betekenisvol is voor hun leven of hun band met Elvis.

Gespreksleider Fred Omvlee is geestelijk verzorger bij Defensie, theoloog en gaf college aan de Universiteit van Amsterdam over Elvis.

Data: 25 augustus 10.00 uur t/m zondag 26 augustus 2012 16.00 uur

Donderdag 27 september 10.00 uur t/m vrijdag 28 september 2012 16.00 uur

Aanmelden via: http://www.kloosterhuissen.nl/programma/programma.php?themaID=22&programmaID=556

Tarieven: inclusief overnachting en tweemaal lunch, eenmaal diner en ontbijt: 155,- 195,- of 245,-:

Ons uitgangspunt is dat de kosten geen belemmering mogen zijn voor deelname. U vindt bij bepaalde programma’s daarom inkomensafhankelijke tarieven. Het A tarief geldt indien u een inkomen heeft tot maximaal 1200 euro netto per maand. Het B tarief is voor inkomens tot maximaal 1600 euro per maand. Het C tarief is bedoeld voor inkomens van meer dan 1600 euro netto per maand en voor personen die de kosten kunnen declareren. Mochten deze tarieven een probleem zijn, dan kunt u contact opnemen. Onder bepaalde voorwaarden is korting mogelijk.

Meer info: Fred Omvlee, geestelijke verzorger Defensie ++31 6 53 44 18 95, fredomvlee@gmail.com

www.elviskapel.nl

Leave a Comment

Filed under interessant

Ik geloof in de God van Elvis, Bob en Bono

Ik geloof in de God van Elvis, Bob en Bono
-Een praktisch onderzoek naar de missionaire betekenis van het culturele fenomeen Elvis Presley-

(Artikel gepubliceerd in tijdschrift In de Marge, Blaise Pascal Instituut,  Vrije Universiteit Amsterdam, jrg 14 (2005) nr 4)

In de Nationale Bijbeltest 2005, op 28 oktober jl., vertelde presentator Philip Freriks over rapper Tupac Shakur die een lofzang op God op zijn rug getatoeëerd heeft, werd de clip van dr. Alban’s Hallelujah vertoond en hoorden we U2’s Bono Forty zingen, een bewerking van Psalm 40. De organisatoren wilden blijkbaar laten zien dat de populaire cultuur vol is van bewuste, danwel onbewuste verwijzingen naar bijbel en God. Als dominee werkend met de gospels van Elvis, met de nummers van Bob Dylan, Bob Marley en Bono durf ik te belijden: ik geloof in de God van Elvis, Bob en Bono.

Praktisch-liturgisch
Er bestaat onder predikanten en theologen een frisse weerzin tegen zogenaamd opleuken van de eredienst. Desalniettemin staat iedere voorganger voor de taak om zijn/haar liturgie bij de tijd te houden. Wat zijn daarbij de grenzen? Alles aan de uiterlijke verschijningsvorm van kerk en eredienst is ontleend aan buiten-bijbelse bronnen. De kerk heeft zich getuige Anton Wessels’ boek Kerstening en ontkerstening van Europa altijd een meester getoond in het overnemen van culturele uitingen. De Amerikaanse theoloog H. Richard Niebuhr schreef rond 1950 – vóór de opkomst van de rock ‘n’ roll- een boek over de relatie tussen evangelie en cultuur, Christ and Culture. Hij toonde zich daarin voorstander van een continu zoekende relatie tussen evangelie en cultuur. Zonder cultuur bestaan kan namelijk niet. Een continue interactie tussen kerk en wereld, evangelie en cultuur kan dan idealiter leiden tot een transformatie van de cultuur. In mijn werk als dominee, vooral in de setting van de krijgsmacht wil ik communiceren en inspireren. Daartoe wil ik dat de oervorm van de liturgie – samenkomen rond het Woord – gevat wordt in vormen en muziek die zo min mogelijk obstakels opwerpen in de communicatie. De doelgroep die ik voor ogen heb, zowel in de kerkelijke gemeenten waar ik voorga, als in mijn krijgsmachtpastoraat is de groep mensen die niet bekend is met de culturele verschijningsvormen van de kerk. In de praktijk zijn er natuurlijk altijd ook doorgewinterde kerkgangers aanwezig. Wat er gebeurt zal voor hen ook vertrouwd moeten zijn, maar ik richt mij niet op hen. In mijn simplistische toepassing van het model van Niebuhr haal ik dus een cultureel fenomeen als Elvis Presley en zijn muziek de kerk in. In mijn visie op de geschiedenis van de kerkmuziek is er op meerdere momenten wisselwerking geweest tussen geestelijke en seculiere muziek: straatmuziek kwam de kerk in en kerkmuziek ging de straat op.

Presley
Elvis Aaron Presley (1935-1977) groeide op in het zuiden van de Verenigde Staten als enig kind van twee Amerikanen van Schots-Ierse origine. Blank weliswaar, maar arm. Het geestelijke klimaat waarin Elvis opgroeide, kenmerkte zich door een opgewekte kerkelijke leer. ‘De mens is zondig, we zijn verloren, maar we kunnen ons bekeren: het eind der tijden is nabij en de genadige Liefde van God zal ons dan ten deel vallen.’ Het gemeenteleven in de jaren veertig van de vorige eeuw vertoont een combinatie van een veeleisende Europees-puriteinse moraal en een blijmoedige, sensuele Afro-Amerikaanse volksspiritualiteit. Elvis en zijn mede-kerkgangers werden door de meer gevestigde kerken spottend Holy Rollers genoemd, vanwege hun swingende manier van belijden.
De blues en black gospel die hij van zijn zwarte buren in Memphis hoorde, mengde hij als vanzelf met de blanke southern gospel en country. In de studio en op het podium deed Elvis vervolgens niets anders dan wat hij in de kerkzaal gewend was. Hoewel Elvis vrijwel niets zelf geschreven heeft, had hij een geniale manier van arrangeren en fraseren, waarbij hij uit de volle breedte van de muzikale stromingen van zijn tijd putte en bekende stukken een ongekende glans kon geven.
Het beeld van Elvis werd lange tijd bepaald door zijn laatste ongelukkige jaren dik en kitscherig en door zijn dood aan een overdosis medicijnen van dubieuze aard. Van meer betekenis is echter zijn voorliefde voor gospels, die hij tijdens zijn hele carrière graag zong op het podium, óók voor en na optredens in de kleedkamer. Met Elvis erbij geen seks en drugs, wel gebed, bijbellezing en rock ‘n’ roll. Bekend is ook Elvis’ antwoord wanneer hij als the King werd aangesproken: ‘Er is maar één koning: Jezus Christus.’
Sinds de jaren negentig kan geconstateerd worden dat de waardering van Elvis als fenomeen veranderd. Films over zijn leven verschijnen, geannoteerde heruitgaves van zijn albums worden uitgegeven, artiesten nemen beroemde Elvis nummers op (het nummer Suspicious Minds van de Fine Young Cannibals in 1986 is misschien het keerpunt in Elvis-waardering). Vanuit onverwachte hoek, de Groene Amsterdammer, wordt de gospel kant van Elvis opgemerkt: “…de gospels die Elvis ten gehore bracht, behoren tot de meest ontroerende momenten van de Amerikaanse muziek. Luister bijvoorbeeld naar American Trilogy, een haast wagneriaans gearrangeerd spektakelstuk, zo krachtig dat zelfs de meest agnostische luisteraar er in een klap een reborn christian van wordt”. (René Zwaap, “Elvis Presley: een God in zijn eigen show”, in: de Groene Amsterdammer, 13 augustus 1997)

Een praktijkvoorbeeld
Voor een Elvis-kerkdienst maak ik geen gebruik van het kerkorgel of de organist. De muziek komt van een CD. De belangrijkste verzameling Elvis-gospels is de driedubbel CD Peace in the Valley, the complete gospel recordings. De CD’s worden ten gehore gebracht door een geluidsman van het koor met grote boxen die voor de gelegenheid worden aangesloten. Teneinde de liederen goed tot hun recht te laten komen, worden niet alleen de songteksten afgedrukt, maar ook vertalingen in het Nederlands. Hoewel de meeste Nederlanders het Engels wel enigszins machtig zijn, blijkt een Nederlandse vertaling de boodschap wel duidelijker over te brengen. Uit de oorspronkelijke bladmuziek van Elvis bleek echter dat hij zich vaak niet aan de teksten houdt. Ook de op internet te vinden lyrics bleken vaak onnauwkeurig. Om meezingen te bevorderen wordt gebruik gemaakt van een zogenaamde beamer, die de gecorrigeerde Engelse teksten, leesbaar projecteert op een scherm voor in de kerk.
Voor een beschrijving van de opbouw van een Elvis-kerkdienst zal ik me vooral baseren op de eerste gehouden op 13 januari 2002 in Monnickendam. Wat betreft de liedkeuze probeer ik liederen te vinden die letterlijk op hun plek zijn in de liturgie. Zo is het aanvangslied Where could I go but to the Lord?, niet alleen wat titel en tekst betreft, maar ook qua ritme een intochtslied. Het koor en de dirigent stelden dan ook voor om met dit lied daadwerkelijk de kerk binnen te lopen.

Aanvangslied: Where could I go but to the Lord?

Welkomstwoord, bemoediging en groet

Kyriëgebed

De keuze voor het Glorialied valt op How Great thou Art, het lied dat niet alleen Elvis’ favoriete gospel was, maar hem ook een Grammy Award heeft opgeleverd. Ook speelt in de keuze mee dat dit bekend is als Johannes de Heer’s Hoe groot zijt Gij.

Glorialied: How Great Thou Art

Voor de bijbellezingen in de Elvis-kerkdiensten geldt dat ze zoveel mogelijk direct begrijpelijk zijn en uit de reeks ‘bekende teksten’ komen. In de praktijk van mijn werk binnen de krijgsmacht merk ik echter dat er geen bijbelteksten meer zijn die algemeen bekend verondersteld mogen worden. Bij de tekstkeuze speelt een belangrijke rol dat ik er een passende Elvis-gospel aan wil koppelen. De keuze voor Jesja 65:17-25 is gebaseerd op de verwijzingen naar deze tekst in het lied Peace in the Valley dat na de preek komt. Het lied Mansion over the Hilltop verwijst naar een vergelijkbaar ideaal in het hiernamaals.

Bijbellezing: Jesaja 65: 17-25
De Heer kondigt aan: ‘Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Niemand denkt meer aan het verleden, niemand verlangt ernaar terug. Wat Ik schep, maakt jullie blij en vrolijk, voor altijd. Van Jeruzalem maak ik een vrolijke stad, van haar bevolking blije mensen. Ik zal juichen om Jeruzalem, verblijd zijn om mijn volk. Je hoort er niemand huilen, niemand
schreeuwen om hulp. Zuigelingen blijven in leven, bejaarden sterven niet voor hun tijd. Wie als honderdjarige sterft, sterft jong. Op wie de honderd niet haalt, rust een vloek.
Wie een huis bouwt, zal het ook bewonen, wie een wijngaard plant, ook de druiven eten. Wat zij bouwen, wordt niet door vreemden betrokken en wat zij zaaien, niet door anderen geoogst, want mijn volk dat Ik heb uitgekozen, wordt oud als de bomen zelf. Ze zullen de vruchten van hun arbeid plukken, hun zwoegen is niet voor niets. Hun kinderen staan geen rampen te wachten, want mijn zegen rust op hen, op hen en hun kinderen.
Nog voor zij mij roepen, zal Ik antwoorden; terwijl ze nog spreken, geef Ik gehoor. Wolf en lam zullen samen eten, de leeuw eet hooi als een rund, de slang zal zich voeden met stof; op mijn heilige berg doet niemand meer kwaad, sticht niemand nog onheil.’

Lied: Mansion over the Hilltop

De keuze voor de lezing uit Matteüs is ingegeven door de behoefte om mij pastoraal uit te spreken over getalenteerde, maar getroubleerde mensen, waar ik Elvis een uitgesproken voorbeeld van vind. De lofverheffing na de lezing is voor mij een geste naar de meer hoog-liturgische gemeenteleden. Het up-tempo lied If the Lord wasn’t walking by my side is naar inhoud en toon een opgewekt en opgelucht lied; een lied van iemand die zijn last voor God heeft afgelegd.
Bijbellezing: Matteüs 11: 25-30
In die tijd zei Jezus: ‘Vader, Heer van hemel en aarde, Ik dank u, dat U aan de allerkleinsten hebt onthuld wat U voor wijzen en geleerden verborgen hebt gehouden.
Ja, Vader, zo hebt U dat gewild. Mijn Vader heeft mij alles in handen gegeven. Niemand kent de Zoon behalve de Vader, en niemand kent de Vader behalve de Zoon en Hij aan wie de Zoon het wil onthullen.
Laat allen die gebukt gaan onder zware lasten, bij Mij komen: Ik zal u verlichting geven.
Neem mijn juk op u en laat mij uw leermeester zijn, want Ik ben zachtmoedig en eenvoudig. Bij mij zult u rust vinden. Want het juk dat Ik u opleg, is zacht en de last die Ik u te dragen geef, is licht.’
Lof zij U Christus, in eeuwigheid

Lied: If the Lord Wasn’t Walking by My Side

Overdenking: The King kende zijn Koning

In de preek ‘The King kende zijn Koning’ kan ik enige apologetiek niet vermijden en maak duidelijk waarom Elvis met zijn gospels een plaats verdient in de kerk. Een gedeelte van de preek:
“Elvis kon de druk waaronder hij leefde niet aan. Is dat een schande? Is dat een reden om zijn liederen niet in een kerk te laten horen? Nee, integendeel. Jezus zocht altijd juist degenen op die gestruikeld waren, de hoeren, de tollenaars, de losers, niet de brave burgerij. Gods liefde gaat in de bijbel altijd het eerst uit naar de gebroken mensen. Elvis rangschik ik daar ook onder. Het staat ergens mooi beschreven in de bijbel: God zal het gekrookte riet niet breken, de walmende vlaspit niet doven. Dat betekent: ons gebrekkige leven, de geknakte mens is waardevol in Gods ogen. Hij zal het met alle liefde die in hem is, herstellen.
Elvis was een gelovige man, dat is mijn persoonlijke overtuiging. Hoewel we altijd terughoudend moeten zijn in het beoordelen van elkaars geloof. (…) Het gezin waarin Elvis opgroeide was arm en sociaal kansloos. Men zong zich een weg naar Boven op zondag, samen met de even kansloze zwarte buren. Waaruit bestond hun geloof?
Vanuit de uitzichtsloze ellende waarin ze verkeerden zochten ze geen sociale verbetering, maar zongen meteen over het hoogst haalbare: de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, waar hun zorgen eindelijk over zouden zijn.
Het is gebaseerd op de bijbel. We lazen erover zojuist, uit het bijbelboek Jesaja, het is het visioen van het volk Israel, ook altijd in verdrukking. Het is het grote visioen dat God aan Israël en heel de wereld heeft gegeven. Het visioen van een nieuw Jeruzalem waar de mensen vrolijk zijn. Het is vandaag de dag, drieduizend jaar na het opschrijven door Jesaja, nog zo actueel als wat. Niet alleen figuurlijk: de ellende op de wereld is onophoudelijk. Maar ook letterlijk: Jeruzalem is nog steeds het kernpunt van grote conflicten. Jeruzalem: Stad van vrede. Er is veel ellende en strijd die met geloof, religie samenhangt. Is dat een reden om het geloof vaarwel te zeggen? Nee, het is wel een reden om fanatisme en machtswellust vaarwel te zeggen, en te beginnen met waar God mee begon: levensvreugde en mensenliefde.
Naast het grote visioen van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, gaat het in de bijbel om nog een visioen: een klein visioen voor ieder van ons. God houdt van mensen, dat heeft Hij laten zien in Jezus van Nazareth: Jezus noemen wij de Zoon van God, en Hij wijst ons de weg naar zijn Vader. Jezus zegt : Kom bij mij, iedereen die moe en belast is, en ik zal je rust geven. Laat mij uw leermeester zijn, want ik ben zachtmoedig en eenvoudig. Bij mij zult u rust vinden. Het grote aanbod van een goede, eerlijke wereld en het kleine aanbod dat je jouw zorgen van je schouders mag laten glijden, die golden voor Elvis, wat hij er ook mee deed, en ze gelden voor ons.
Dat mogen we aannemen hier vanavond, maar ook in elke kerkgebouw bij u thuis in de buurt wordt dat aanbod gedaan. Ze draaien er misschien geen Elvis, maar het aanbod is hetzelfde. Van Rooms-katholiek, hervormd, gereformeerd, luthers, Samen-op-Weg, doopsgezind, evangelisch, baptist en noemt u alle filialen van het christendom maar op: het evangelie ligt er in de schappen. Rust en inspiratie is er te vinden. Zo willen wij ook de week van gebed ingaan, waarin we elke avond in de lutherse kerk willen bidden. Zo willen wij volgende week ook als gezamenlijke kerken in de Roomskatholieke kerk onze eenheid vieren. Zo bidden wij dat er voor heel de mensheid, ongeacht geloofsovertuiging eens de belofte van God waar wordt, dat er vrede komt op aarde, voor ieder van u persoonlijk, voor Elvis-fans en voor hen die er niet van houden, voor joden, christenen, moslims, boeddhisten en hindoes,
voor hetero’s en homo’s, voor alle volken. Dat er mag zijn in de naam van de Koning der koningen: Peace in the Valley. Amen”

Lied: Peace in the Valley

Om in deze eerste Elvis-dienst niet alleen een soort confessionele correctheid te tonen, maar ook de oecumenische inslag te onderstrepen laat ik de gemeente staand de Apostolische geloofsbelijdenis aanhoren.

Lied: I Believe

De dienst van gebeden en gaven verloopt zoals men dat gewend is in Monnickendam met een gezamenlijk uitgesproken Onze Vader in de oecumenische versie. Het daarna door het koor begeleide lied So High is zeer swingend en leent zich goed voor meezingen en dansen, zelfs als men het lied voor het eerst hoort. De daarna te houden collecte past in een ter plaatse lopende reeks collectes. Als diakonaal lied om tijdens de collecte te beluisteren kies ik In the Ghetto. Het is geen gospel, strikt genomen, maar naar de aard van de tekst juist wel op zijn plaats in de dienst van gebeden en gaven. Het daarna gezongen Precious Lord, take my hand verlegt de aandacht weer naar het eigen geloofsleven.

Dankgebed, voorbeden, stil gebed, afgesloten met een gezamenlijk Onze Vader

Collecte:
De opbrengst van de collecte gaat naar goede doelen ter plaatse en in de derde wereld.
Ondertussen: In the Ghetto

Koor zingt: Take my hand, Precious Lord.

Waar in een reguliere kerkdienst nu één slotlied zou volgen, kies ik voor een tweetal: By and By gezongen met koor en You’ll never walk alone, om die gezamenlijk door Elvis en gemeente te laten zingen. De kracht van het laatste lied is dat het alom bekend is; van de oorspronkelijke versie van Rodgers and Hammerstein (uit de musical Carousel uit 1945), tot die van Gerry and the Pacemakers, Lee Towers en uiteraard de versie uit de voetbalstadions.

Slotliederen: By and By
You’ll Never Walk Alone

Zegen

Na de zegen verlaten koor en voorganger de kerkzaal onder het nogmaals zingen van If the Lord Wasn’t Walking by My Side. Er wordt gratis koffie, thee en limonade aangeboden en gelegenheid om na te praten. Er worden telefoonnummers en een e-mailadres op de liturgie vermeld met een vraag om te reageren.

Publiciteit
Welbewust zoek ik voor deze diensten aandacht van grote publiek. Binnen de gemeenten waar de Elvis-diensten gehouden worden moet er allereerst draagvlak zijn. De kerkelijke gemeente in Monnickendam houdt met enige regelmaat Diensten met Belangstellenden. Deze worden georganiseerd door de werkgroep Kerk naar Buiten, voorheen de evangelisatie-commissie. Het is echter realistisch om te constateren dat er zelden buitenstaanders op deze diensten afkomen. Mijn voorstel om de Elvis-kerkdienst onder hun auspiciën te laten vallen viel in een eerdere fase direct in goede aarde.
Als binnen de kerkelijke gemeente draagvlak is, is het zaak om het grote publiek te bereiken. E-mail en internet zijn daarbij zeer behulpzaam. Toen ik het idee voor deze dienst een jaar eerder jaar lanceerde op de seculiere e-mail nieuwsgroep Elvis-the-King kwam spontaan een aantal leden er vooruit dat ze gelovig waren en dat zij ook inspiratie putten uit de gospels van Elvis. De reacties na de volgens plan verlopen kerkdienst zijn voor mij overweldigend: een hausse aan enthousiaste e-mails en brieven wordt door mij beantwoord met het toesturen van liturgieën en preken.
Bij alle persaandacht die de Elvis-kerkdienst bleek te wekken in landelijke kranten en radio en tv, ben ik me er steeds van bewust dat ik mijn doel duidelijk moet maken. Dat doel is drieledig: a. ook in de populaire cultuur is God waar te nemen, b. als iemand als Elvis rust bij God zocht, dan mag jij dat ook, c. als ook Elvis naar God verwijst dan kan de kerk gerust de populaire cultuur omarmen. De pers neemt die gedachten meestal zeer correct over. Een recensie van een Elvis-dienst gehouden in Oldenzaal in 2003 in de Twentsche Courant/Tubantia klinkt als volgt:”Eenieder die zondagmorgen de gospeldienst bijwoonde zal gevoeld hebben, dat de gospels van Presley een enorme vredelievendheid en verdraagzaamheid uitstralen. De methodiek om een gospelkoor mee te laten zingen met een stem uit een ‘kastje’ werkte goed gisteren, hoewel het zeker in het begin even wennen was. De grens tussen mooie samenzang en afstandelijke karaoke wordt gauw overschreden. Maar dat gebeurde gisteren niet, mede doordat dominee Omvlee en het koor goed op elkaar ingespeeld waren en het zingen werd afgewisseld met de gewone liturgische invulling en de momenten van stilte van een kerkdienst”.

Hoewel alle reacties mij aan de ene kant bevestigen in mijn intuïtie dat dit een goede weg is, vraag ik me wel af hoe die weg eruit ziet. Hoe vaak kun je een Elvis-dienst houden? Is het niet meer dan een eenmalige stunt? De hoeveelheid gospels van Elvis (ruim honderd) geeft nog wel enige ruimte. Inmiddels zijn er acht Elvis-kerkdiensten op verschillende plaatsen in het land met verschillende accenten gehouden. Voorlopig hoogtepunt wordt een Elvis-kerkdienst in Paradiso in september 2006. Maar ik zie ook nadelen. Is de bandbreedte van Elvis als fenomeen niet te smal? Wat wil ik wezenlijk bereiken? Mijn doel als predikant is mensen te inspireren en daarmee God te eren. Daarbij is voor mij communicatie op het niveau van de populaire cultuur onontbeerlijk. Zonder mensen te bereiken, en met hen te communiceren kan ik niet inspireren. De heersende kerkelijke cultuur is voor mij aan de ene kant teveel high culture en aan de ander kant teveel een intern gerichte subcultuur. Beide werpen ze een hoge drempel op om mensen kennis te laten nemen van de rijke schatten van de kerk.

Pastoraal
Er liggen een aantal verzoeken van kerkelijke gemeentes om ook en Elvis-kerkdienst bij hen te verzorgen. Het idee om met koor en andere medewerkers een soort reizend circus te gaan vormen is weinig aanlokkelijk. Behalve dat de andere werkzaamheden van mij en de koorleden dit onmogelijk maken, is het ook onwensleijk. Juist vanwege het toegankelijke karakter van Elvis-gospels (immers verkrijgbaar in elke platenzaak en via internet) en de beschikbaarheid van bladmuziek is elke gemeente zelf in staat een Elvis-dienst te organiseren.
Om dat te bereiken heb ik een website opgezet, www.elvisgospel.nl, waar ik al mijn materiaal op kwijt kan. De Elvis-kerkdiensten leveren mij veel contacten op met buitenkerkelijken, echter ook met kunstenaars en artiesten. Niet alleen doordat zij bij de diensten zelf aanwezig zijn, maar ook indirect doordat men hoort van het verschijnsel. Als ‘Elvis-dominee’ binnen de krijgsmacht levert het mij altijd weer gespreksstof. Heel direct levert de combinatie kerk-Elvis altijd vragen. Juist de vervreemding die het bij velen op het eerste gehoor opwerpt, geven mij ruimte voor gesprek. Elvis blijkt ook altijd goed te zijn voor een lach: er hangt een positieve, soms ludieke sfeer rond het fenomeen. Elvis-fans staan voor vele niet ingewijden vaak gelijk aan ‘mannen in witte pakken’. Daarmee worden zij uiteraard tekort gedaan. Zij blijken volgens Erika Doss, professor of fine arts aan de Universiteit van Colorado in haar boek Elvis Culture. Fans, Faith & Image nooit te beogen hem te vereren. Ondanks de verzamelwoede, de pelgrimages naar Elvis’ landgoed Graceland, en ondanks een jaarlijkse wake in de nacht van zijn overlijden blijven zij trouw aan hun gevestigde religieuze instituties. Elvis is daarbij volgens Doss wel een mediator, een middelaar, een ‘Christ-like figure’. Zowel Elvis’ eigen religieuze achtergrond als de oprechte motieven van de fans dragen bij aan Elvis als serieuze bron van spiritualiteit. De pastorale grondhouding die ik probeer over te brengen is: als Elvis goed genoeg is voor de kerk, dan ben ik dat ook.

Profetisch?
De tijd zal leren wat er overblijft van de link tussen Elvis en kerk in het bijzonder en het gebruik van popmuziek in de liturgie in het algemeen. Popanalist Greil Marcus stelt in zijn boek Mystery Train dat de hele westerse (Amerikaanse) popcultuur doordesemt is van religie. Stierf in Nederland de beatmis een stille dood en keerde ook een pop-minded dominee als Wim Jansen weer terug op zijn schreden; ik ben er van overtuigd dat het incorporeren van de popcultuur zowel popmuziek als kerk ten goede kan komen.
Wie zich interesseert voor popmuziek ziet in alle hoeken en gaten religie, lees: christelijk geloof, terug,. In eerder decennia lieten Bob Dylan en Bob Marley zien en horen dat ze naar God willen verwijzen. Momenteel zingen seculiere zangers en groepen als Nick Cave (The Boatmans Call, God is in the House en andere CD’s), Live (`Heaven’), Kanye West (‘Jesus Walks’) en Black Eyed Peas unverfroren over hun geloof of het verlangen daarnaar. U2 staat onbetwist bovenaan als meest religieuze popgroep. Aan de andere kant dringen christelijke groepen als 16 Horsepower (dit jaar helaas gestopt wegens teveel succes) en de Nederlandse groep At the Close of Every Day door in de serieuze seculiere poppodia. Tegelijkertijd is veel buitenlandstalige en Nederlandstalige muziek niet zozeer direct religieus, maar wel inhoudelijk goed te gebruiken in kerkdiensten. Ik denk bijvoorbeeld aan de teksten van Acda en de Munnik en Bløf (“Hier is mijn kerk”). De tijd is rijp voor crossovers tussen popmuziek en kerk. ‘Take this soul and make it sing’, zingt Bono in het nummer Yahweh op hun laatste CD How to Dismantle an Atomic Bomb. Daar waar de vroege kerk zich wijselijk aanpaste aan de Europese niet-christelijke cultuur ligt voor de ziel van het ontkerstende Europa een wereld aan swingende, ontroerende, aangrijpende, inspirerende, muziek voor het oprapen. Wie oren heeft, die hore.

Drs. Fred Omvlee (1965) studeerde rechten en theologie aan de VU, werkte als predikant in Monnickendam en is momenteel geestelijk verzorger bij Defensie, werkzaam als vlootpredikant. Hij is geplaatst op de Nederlandse Defensie Academie, locatie Koninklijk Instituut voor de Marine. Momenteel bereid hij zich voor op een uitzending naar Afghanistan. Onder leiding van prof. Anton Wessels onderzoekt hij de missionaire betekenis van het culturele fenomeen Elvis Presley

Links en literatuur:

Zie voor een impressie van een Elvis-kerkdienst een opname in Paradiso, september 2006: http://youtu.be/bH95luEIfg4
www.elvisgospel.nl

Literatuur:
Doss, E.L., Elvis Culture:Fans, Faith and Image, Kansas 1999
Hemels, J.M.H.J. en Hoekstra. H.H., Media en religieuze communicatie.Een uitdaging aan de christelijke geloofsgemeenschap, Hilversum 1985
Marcus, G., Mystery Train. De verbeelding van Amerika in de rockmuziek. Amsterdam 1995
Niebuhr, H.R., Christ and Culture, New York 1951
Palmer. T., All you need…de geschiedenis van de lichte muziek in de twintigste eeuw, Bussum 1977
Rodman, G.B., Elvis after Elvis: The posthumous career of a living legend, London 1996
Wegman, H.A.J., Geschiedenis van de christelijke eredienst in het westen en in het oosten, Hilversum 1976
Wessels, A., Kerstening en ontkerstening van Europa – wisselwerking tussen Evangelie en cultuur , Baarn 1994
Wilson, M., Prayers of Elvis, London 2002

Muziek:
Elvis Presley, Peace in the Valley, the complete gospel recordings.

Leave a Comment

Filed under Uncategorized

Jan 8, 2011: Church Ceremony for Myrna Smith of Elvis’ Sweet Inspirations

On December 24th, 2010 Myrna Smith passed away, life long singer of the Sweet Inspirations. The Sweet Inspirations not only toured and recorded with Elvis in the seventies, they recorded with Van Morrison, Jimi Hendrix, Aretha Franklin and many others.
Dutch/Belgium Fanclub Elvismatters reports:
Because there’s no ceremony, no funeral, no viewing for Myrna Smith, ElvisMatters decided to ask Rev. Fred Omvlee to officiate a Homecoming Service. Rev. Omvlee, who has held many Elvis church services before, immediately agreed. On January 8th, Elvis’s 76th birthday, we will say ‘farewell’ to our friend, Sweet Myrna Smith at the Immanuel Church in Veldhoven (the Netherlands) at 7 pm. We invite ALL Elvis fans to attend this homecoming service, and we politely ask ALL fanclubs to support this ceremony in honor of our dear friend and Elvis’s friend Myrna Smith. We should ALL stand united and show the Elvis World that we have not forgotten the love that Myrna had for her late boss and friend, Elvis – and for all Elvis fans. If you have ever had the pleasure of meeting Myrna, you’ll understand why we needed to do this for her.
Address: IMMANUEL Church, 1 Teullandstraat, Veldhoven, The Netherlands – January 8th, 7 pm

Source: www.elvismatters.nl
Watch Myrna Smith telling about her relation with Elvis and spiritual matters

Leave a Comment

Filed under Uncategorized

“Elvis helps” – the gospel according to Elvis

Translation article “Elvis vergeef ons”, Dutch magazine Volzin, October 1, 2010

“Elvis forgive us”

The gospel according to Elvis Presley

Elvis Presley believed in God in an childlike, honest way. Young and old are gathering in church and experiencing Gods presence when a service is devoted to his music. Is the pop icon, dead for more than thirty years, becoming a saint? Theologian and Elvis fan Fred Omvlee finds arguments. “When you’re considering the voice of the people Elvis can be called a saint”.

In times in which nothing seems sacred anymore, new saints and sacred places seem to dawn. Ground Zero is such a new sacred place, according to mayor Bloomberg of New York. And researcher Peter Jan Margry of the Dutch Meertens Institute, states that the grave of Jim Morrison and the grave of Elvis Presley are new pilgrimage sites. People who go there on purpose are true pilgrims. What is sacred? And what is sacred about Elvis?
Elvis Presley (1935-1977) was not ‘spiritually perfect and without sin’ as in the first meaning of the dictionary (Van Dale). But he was ‘graced by God with special gifts’, he was ‘pious’ and ‘Godfearing’. His fans adore him and speak of him with reverence. Even the Christian meaning of the word saint – ‘someone who belongs to Christ’- is with some explanation suitable for him. “Jesus Christ is the King, not me”, Elvis repeatedly said. His life may not have been ‘without sin’, but neither it was full of sex, drugs & rock ‘n roll as the caricature wants us to believe. Elvis’ main love and musical influence was gospelmusic, which he sang before and after concerts with his accompanying musicians and singers. His addiction to prescription drugs (amphetamines, painkillers, antidepressants) is widely acknowledged, as is his mental detoriation which preceded his death at the age of 42. And he wasn’t Roman-Catholic. The expectation is thus nil that he will be sanctified officially. By the way: the catholic authors Albert Gerritsen and Dries van den Akker stated that there already is a Saint Elvis. He deceased around 600 AD as Elwyn of Cornwall. But if you consider the adage Vox populi, Vox Dei (‘The voice of the people is the voice of God’), as the base for sanctification, Elvis can be called a saint.

Credibility
It is in fact the fatal walk of life of the talented Elvis that mirrors the life of his fans: it brings them recognition, compassion and therefore consolation. Elvis may not be credible in the regular meaning of the churches, I feel attracted to his street credibility. Elvis was not salonfähig and is still not looked upon as high culture, but his credibility amongst fans, musicians, artists and military is high. The Dutch singer/songwriter Daniel Lohues for example sings in his song “De Kerke”(The Church) in 2006 that he rarely goes to church anymore, in spite of older days when he was regular visitor. That Jesus existed, he believes, but he is not so sure about God:

“If I was God
I would show myself every now and then.
I think as humanity
We deserve a little clarity.

Or was it Elvis,
John Lennon and Van Gogh,
Mozart, Bach and Beethoven,
Sent from above,
Was it that?”

In this article I’ll leave the “American practices” of Graceland- Elvis’ mansion that turned into a sort of attraction park- for what they are. There’s enough written on that, and it won’t convince the Dutch reader, whether fan or critic. Americans regarding Elvis as saint, soit, but not us, sober Dutchmen? I do cite the Irish singer Bono of U2 – nearly a saint himself. He is an Elvis fan and wrote that Elvis ‘woke up my heart’. He devoted a poem to Elvis. “American David”. He attributes a lot of good and bad things to Elvis, to end with: ‘Elvis forgive us, Elvis pray for us’. John Lennon stated that Elvis was his Messiah: “Before anyone did anything, Elvis did everything”.
I think it’s more exciting to explore the meaning of Elvis in the Netherlands today. In his book “Elvis in Nederland” the author Rob van Scheers interviewed several artists that ‘have something wit Elvis’. Writer Jan Cremer says: “He was and is for me a Deity”. Writer Connie Palmen is Elvis fan as well and states: “Elvis is high and low culture assembled. (…) I always say that the banal things also have their holiness, but not every philosopher of culture agrees with me. The trivial is underestimated terrain.”
For musicians as Daniel Lohues and others Elvis serves as a patron saint: Andy Tielman, Dutch Indo Rock legend: “When I’m on the stage as a singer, I’m not alone. (…) And next to my family stands Elvis Presley. I can see him. Then you dare!” Erwin Nijhoff, singer of The Prodigal Sons (NB!): “I have put the album of The Prodigal Sons on Elvis’grave. “This is it, man, I whispered to him, It’s all your fault. Thank you.” I like to think that Elvis has heard it.” During a festival in Tilburg, 2002, ‘Elvis, 25 years of mourning’, Bart van de Lisdonk, singer of the Tilburg CowBoys, stated after the final show: “Elvis helps”.

Filled churches
In the book of Van Scheers the Elvis Gospel Service which I organised in Paradiso is also described. My experience with this and other services on the gospels and life of Elvis Presley has learned that many people are touched by the combination of sincerity of the music and tragic of Elvis’ life. In November 2010 reverend Arjen van der Spek in the province of Overijsel will go on tour with his Sing to the King-services with the gospels of Elvis. He and his team under direction of Jan Getkate started last year with these services and the churches they visit are filled. From the comments on their website www.degospelsvanelvis.nl I quote a certain Gerrit: “Thank God! The message of Elvis and the message of you. You did it wonderfully on Sunday night in Den Ham. This is being church in 2010. Bold and daring, but in the centre of society. We enjoyed it and sense through everything the love of our God and Saviour. A blink from above!”
‘Jeanet’ writes: “..enjoyed the music, singing and lecture immensely. What a great message Elvis passes on to us (…) wish you a lot of joy in spreading the message, that God reaches out to us always, to shelter us.” An anonymous contribution: “Elvis should have experience that his songs were combined with the Word of God. The church was filled to the roof, young and old found their way to the church and enjoyed the warmth and solidarity that was this service, but most of all you felt the presence of God”. Another visitor writes: “I can only say one thing: a true happening and goosebumps. Elvis is generally known as a man with a lot of distress, depressions and drugs. Never knew he had a different side as well. I have deep respect for him now. In the meanwhile I have bought some cd’s with his gospels and they bring so much warmth. His faith in God in a childlike but honest way.”

Further research and interviews will, as I hope, show that a figure as Elvis from the trivial terrain that is called popular culture is theologically interesting and that he has the role of a saint anno 2010. Has the tide already changed? Is Elvis not only accepted in church but also in the establishment? I am asked to give a course to students American Studies this fall at the University of Amsterdam on Elvis as a contemporary saint. And well known Dutch writers and poets as A.F.Th., Michaël Zeeman, Leo Vroman, Ingmar Heytze, Diana Ozon, and Abdelkader Benali published in ‘Wees niet wreed. Gedichten voor Elvis Presley’ (Don’t be cruel. Poems for Elvis Presley) in 2008 a poem on Elvis. Not seldom the tone or the metaphore is religious. I choose a poem by Stefan Nieuwenhuis (1972):

What matters for me
I have a lot of posters on the wall
a flag behind the television with his name
pillows, scarves and pennons
in full length
his statues stand

He always sees me
and I cry sometimes
look up
find consolation
and it’s better
then I put on a record
and I’m in heaven again
with Him

I always say
see you later, Elvis Presley,
strange maybe, but it feels like so.

Copyrights Fred Omvlee, October 2010

1 Comment

Filed under Uncategorized

Elvis lives in Monnickendam! 22-25 april 2010


In 2010 is het 75 jaar geleden dat Elvis Presley is geboren. Dat wordt wereldwijd herdacht met allerhande festiviteiten waaruit blijkt dat de King of Rock ’n Roll springlevend is. Ook in Monnickendam willen we op culturele en muzikale wijze plezier hebben met zijn muzikale erfenis.

Van donderdag 22 april t/m zondag 25 april vindt ‘Elvis in Monnickendam’ plaats: met o.a. de volgende activiteiten:
Donderdag 22 april, 20.00 uur – De 1e Elvis Lezing – door Jan Rot – Lutherse Kerk, Zuideinde 39, Monnickendam i.s.m. Areopagus

Vrijdag 23 april, 20.00 uur – 02.00 Elvis filmavond en Elvis Disco o.l.v. DJ Emiel Maier van www.elvisdisco.com– cultureel centrum De Bolder, ‘t Spil – toegang gratis
Dresscode: Rock ‘n Roll!

Zaterdag 24 april, ochtend: tijdens de markt zal stadsbeiaardier Henk Verhoef op ‘s werelds oudst bespeelbare carillon in de Speeltoren de grootste hits van Elvis ten gehore brengen!
Zaterdag 24 april, 20.00 uur – Elvis Concert door stichting Uit de Kunst Waterland met projectkoor uit Troet Town Singers, Meezingkoor Waterland en band o.l.v. Gerarda Bloem, RK Kerk Noordeinde. Toegang gratis met vrijwillige bijdrage.

Zondag 25 april, 15.00 uur – Elvis Gospel dienst i.s.m Werkgroep Kerk naar Buiten door ds. Arjen van der Spek en King’s Singers, www.degospelsvanelvis.nl – Grote of St. Nicolaaskerk, toegang gratis/collecte
Hele maand april: fototentoonstelling ‘The King lives’ door Paul van Riel, in Bibliotheek Monnickendam, ‘t Spil. In de bibliotheek zullen alle boeken over Elvis,(blad)muziek en DVD’s van Bibliotheek Waterland tentoongesteld worden.

We roepen de Waterlanders, de horeca, bedrijfsleven en buurtverenigingen op om na te denken of zij op één of andere wijze ook een activiteit rondom Elvis kunnen organiseren. Denk aan optredens van Elvis artiesten of Rock ‘n Roll bands, een Elvis karaoke in uw buurt, een Elvis look alike contest, een optocht van oude Amerikaanse auto’s… de mogelijkheden zijn eindeloos.
Denk mee en laat het ons weten!

Hartelijke groet,
coordinator Elvis in Monnickendam
Fred Omvlee
06-53441895
fromvlee@hetnet.nl

Leave a Comment

Filed under Uncategorized

How Great Thou art – Almost in Elvis

How Great Thou Art Number Of The Week, Week, Week

By Almost In Elvis/ Dennis van Tiel, Feb 28, 2010

Oh Lord my God when I in awesome wonder
Consider all the worlds thy hands have made
I see the stars, I hear the rolling thunder
Thy power throughout the universe displayed
When Christ shall come
We shout a proclamation
To take me home what joy shall fill my heart
Then I shall bow in humble adoration
And there proclaim my God how great thou art
Then sings my soul my saviour God to thee
How great thou art (how great thou art)
How great thou art (how great thou art)
Then sings my soul my saviour God to thee
How great thou art, how great thou art
(Stuart Hine)

 

During the early days of summer in 1977 Elvis gave his last concerts on earth. Thankfully two concerts of his last tour in June were put on film for posterity. Otherwise we never would be able to witness the most famous pleading for euthanasia. An early ending of live by injecting an overdose heavenly morphine by the only doctor who is authorized to do so. Namely God himselvis.

Elvis had to accept hellish pains during the last years of his short live. His heart, liver and guts were too big, to narrow or just upset. It was a secret to us infantry that the great troubadour lost control over his little and big messages he posted in the lavatory. Also the pills had done their final job and caused a total goodbye for Elvis’ awareness of the real world he was living in. His mental state was broken by the prospect of the publication of the book Elvis, what happened?, written by some ex-bodyguards (with more than modest support of a ghost-writer). This book would reveal some doubtful hobbies of their former employer. Elvis simply had had enough of his immortality.

Elvis sang the gospel How Great Thou Art, or to put it stronger: he vomits the words on the audience in the big arena. The talent he still had was squeezed out of all of his pores that were still healthy enough to do so. He couldn’t salute at the finale of the song. Breath or no breath, it was very important to him that the Lord could hear his prayer. It took the echoes of his plead two months to reach the house of God. Finally the Maker of all was able to heal one of his most famous portraits. The Supreme Being granted Elvis the medicine ‘Eternal peace’. At last, free at last.

The king of the popular grades didn’t get much appreciation for his artistic and cultural achievements (from a non fan view).
But luckily enough his faith in a world outsides his own gave him some recognition. For the spirits on vinyl, called How Great Thou Art (1967) he got himself a Grammy for best sacred music. The same title of the album gave Elvis a second Grammy seven years later. This time he earned the award because of a tremendous version he performed live for his own neighbours in Memphis.
It’s a shame that the United States are as conservative as the famous Presley himself; otherwise the euthanasia-version of How Great Thou Art from 1977 would also be a big winner, Grammy-wise.

On the 25th of May 1966 Elvis entered the studio of RCA in Nashville, conscious of the fact his career was going down, to put it mildly. He was being laughed at by a new rebellious audience, the musicpress and the new stream of actors and musicians. The latter were busy with progressive art, social protests and eating candies outside their own homes. Presley didn’t have the power to give a straight answer to the new age. He simply didn’t understand it. Elvis was busy enough handling is own troubles. Priscilla and Colonel Parker were putting pressure on him to get married. And besides that they thought that his quest for God, truth and his own place on earth was complete gibberish. They almost wanted to call him a screwball, but their worries about their own incomes held them back. Elvis tried to find confirmation in the arms of a hair cutting guru, who would help him with his quest for the authenticity of everything and beyond.

But now big E. was confronted with a new session of music that would make him happy for a short while. He was going to record a brand new gospel album, so that his talent and friendship with Jesus Christ would melt together. And boy, my boy, that was noticeable for all our ears.
Elvis’ voice had never sounded so sincere, crystal clear, and strong as it did during his stay in the Nashville studio in the springtime of 1966. For a moment he was the homemade heaven on earth.
The second song that Elvis recorded was How Great Thou Art. Charlie Hodge, the chief lackey of the housekeeping, let his boss hear a version of The Sons of the Pioneers. The incarnated gospel-library, called Elvis Presley, was familiar with a version of a gospel-gang calling themselves The Statesmen. Mister Presley took the freedom to cannibalise and blender both versions and injected them with his holy fire. He knew exactly what he wanted and produced the song completely on his own. The rocking preacher even had the courage to sing every part of the vocals. Heroic and justly. From the sweet bas intro to the opera-like high climax, he did it all.
How Great Thou Art is maybe the magnum opus of Elvis’ career on earth. Honestly, well deserved and he didn’t need a heart failure to be heard.
Out of self protection, the editor doesn’t listen much to this masterpiece, because otherwise all the atheistic beliefs will disappear in the loo. You know, the kind of loo were Elvis encounters his mortality.

How Great Thou Art is from origin a Swedish sacred song and translated into English by a missionary called Stuart K. Hine.
‘Jag alskar dig, Stuart,’ said the fool.

http://www.elvisnews.com/articles.aspx/how-great-thou-art-number-of-the-week-week-week/1419

Leave a Comment

Filed under Uncategorized

Elvis in Monnickendam! 22-25 april 2010

Elvis is dit jaar 75 jaar oud! Ook in Monnickendam willen we op culturele en muzikale wijze plezier hebben met zijn muzikale erfenis.

Van donderdag 22 april t/m zondag 25 april a.s. vindt ‘Elvis in Monnickendam’ plaats: met o.a. de volgende activiteiten:
Donderdag 22 april, 20.00 uur – De 1e Elvis Lezing – door Jan Rot – Lutherse Kerk, Zuideinde 39, Monnickendam i.s.m. Areopagus
Vrijdag 23 april, 20.00 uur – Elvis filmavond en disco – cultureel centrum De Bolder, ‘t Spil
Zaterdag 24 april, 20.00 uur – Elvis Concert door stichting Uit de Kunst Waterland met projectkoor uit Troet Town Singers, Meezingkoor Waterland en band o.l.v. Gerarda Bloem, RK Kerk Noordeinde. Toegang gratis met vrijwillige bijdrage.
Zondag 25 april, 15.00 uur – Elvis Gospel dienst door ds. Arjen van der Spek en King’s Singers, www.degospelsvanelvis.nl – Grote Kerk -fototentoonstelling ‘The King lives’ door Paul van Riel, locatie n.t.b.

Maak dit mee en noteer dit weekend in uw agenda! weblog: www.elvisinmonnickendam.blogpost.com

Info: Fred Omvlee, fromvlee@hetnet.nl, ++(31) (0)6-53441895

Leave a Comment

Filed under Uncategorized

Mozes, Jacob, Simson, David & Elvis in Trouw

Mozes, Jacob, Simson, David, Elvis
Mozes, Jacob, Simson, David,

© Fred Omvlee

Volgens Fred Omvlee, dominee en Elvisfan, is het vijfenzeventig jaar na de geboorte van The King ernst met Elvis Presley als symbool van onze menselijke conditie. „Hij is idool en gevallene, goddelijk en menselijk, rechtvaardig en zondaar tegelijk.”

Vijfenzeventig jaar geleden, op 8 januari 1935, kwam Elvis Aron Presley bijna in een stal ter wereld in Tupelo, Mississippi. Zijn levenloos geboren tweelingbroer Jesse Garon werd in een schoenendoos begraven. Elvis bleef het enige kind van Gladys en Vernon. Zijn ouders waren white trash: het was niet waarschijnlijk dat de wereld iets van hem zou horen. Maar Elvis werd in Memphis ontdekt als de missing link tussen de rhythm & blues en gospel van zijn zwarte stadgenoten enerzijds, en de blanke consumenten van de muziekindustrie anderzijds.

In het pantheon van popidolen neemt Elvis Presley een bijzondere plaats in. Hij staat symbool voor het laagste en het hoogste in de populaire westerse cultuur. Dikke mannen in witte pakken die hem probeerden te imiteren gaven Elvis als verschijnsel een hilarische status. Tegelijk erkenden musici als Leonard Bernstein, John Lennon en Bono dat hij voor henzelf en voor de hedendaagse cultuur van eminent belang is geweest. U2-zanger Bono droeg in mei vorig jaar op BBC Radio een zelfgeschreven gedicht voor waarin hij Elvis als een Amerikaanse koning David betitelt, een psalmist zelfs. Nederlandse intellectuelen als Leo Vroman, Michaël Zeeman, Abdelkader Benali en ruim tachtig andere dichters lieten zich twee jaar geleden inspireren tot een gedicht voor hem in de bundel ’Wees niet wreed. Gedichten voor Elvis Presley’.

Driekwart eeuw na zijn geboorte en ruim tweeëndertig jaar na zijn dood heeft cultuuricoon Elvis de fase van moderne heilige bereikt. Dat valt op te maken uit de cultus op zijn landgoed Graceland, uit het religieuze taalgebruik in de gedichten over Elvis en uit de manier waarop hij in kerkdiensten opduikt.

Elvis Presley werd religieus opgevoed binnen de Assemblies of God-gemeenschap in het Zuiden van de VS, het wereldwijd grootste verband van Pinkstergemeenten. Als zanger brak hij in 1955 door met ’Heartbreak Hotel’ en maakte zwarte muziek bereikbaar voor blanke jongeren. Dit tot ergernis van de blanke gevestigde orde, scholen en kerken in Noord-Amerika en Europa. Vanaf 1957 woonde hij op het landgoed Graceland in Memphis, Tennessee. Elvis ging in 1958 in militaire dienst en het voortouw in de popmuziek werd daarna overgenomen door musici als Bob Dylan en groepen als The Rolling Stones, The Beatles en The Doors. Elvis werd filmacteur en entertainer, tot zijn onverwachte dood op 16 augustus 1977, die de wereld schokte. Elvis leefde op dat moment geïsoleerd en aan medicijnen verslaafd op zijn landgoed. Joe Moscheo, begeleidingsmuzikant van Elvis, beschrijft in het boek ’The Gospel Side of Elvis’ (2007) diens geloof en wanhoop. Hij citeert een brief uit 1976: „I don’t know who I can talk to anymore. Nor to turn to. I only have myself and the Lord. Help me, Lord, to know the right thing.” (Ik weet niet meer met wie ik kan praten. Of bij wie ik terecht kan. Ik heb alleen mijzelf en de Heer. Help mij, Heer, om het juiste te weten.)

’We have reasons to believe we all will be received in Graceland’, zingt Paul Simon in het nummer Graceland (1986): we hebben redenen om te geloven dat wij allen in Graceland ontvangen zullen worden – een verwijzing naar de religieuze status van Elvis.

Peter Jan Margry, onderzoeker religieuze cultuur bij het Amsterdamse Meertens Instituut, bestudeert de moderne pelgrimage in de bundel ’Shrines and Pilgrimage in the Modern World’ (2008). Hij concludeert dat de term ’seculiere pelgrimage’ een contradictio in terminis is. Moderne pelgrimages naar het graf van Elvis op zijn landgoed in Memphis of dat van Jim Morrison op begraafplaats Père Lachaise in Parijs zijn evengoed religieus. Margry schrijft in zijn conclusie „dat vanwege diens primaire existentiële onzekerheden de mens het nog steeds nodig heeft om hogere machten aan te roepen. Als bestaande kerken en religieuze bewegingen hier niet genoeg mogelijkheden voor bieden, of als deze mogelijkheden niet langer corresponderen met de moderniteit, dan zal men zoeken naar eigen, nieuwe zoektochten naar het heilige”.

Elvisfans lijken ons voor te gaan op deze eigen zoektocht naar het heilige in de moderniteit.

Graceland wordt doorlopend druk bezocht, maar vooral in de Elvis Week, die jaarlijks op zijn sterfdag uitmondt in een stille tocht, the Candlelight Vigil, langs het graf van Elvis. Het andere jaarlijkse zwaartepunt ligt rond Elvis’ geboortedag.

Er valt een paradox waar te nemen bij de bezoekers van Graceland, schrijft de Amerikaanse hoogleraar Erika Doss in de eerder genoemde bundel van Margry. De pelgrims bij het graf van Elvis vertonen in hun gedrag, gebeden en ernst religieus gedrag en maken zodoende van hem een religieus icoon. Tegelijkertijd zijn de geïnterviewde fans zich bewust van de karikatuur die de pers graag schetst van Elvisaanbidders. Daarom wijzen ze Elvis als heilige af. Doss citeert een katholieke Elvisfan: „Er is een afstand tussen de mensen en God. Daarom staan we zo dicht bij Elvis. Hij is als een brug tussen ons en God.” Maar in feite, zegt Doss, passen de Amerikaanse Elvisfans met hun geprivatiseerde verering naadloos in de Amerikaanse kerkgeschiedenis. Elvis wordt volgens Doss gezien als fellow sufferer, als dienaar van God en als christusachtige redder.

Ook in recente poëzie over Elvis, zoals in de twintigtal gedichten in de bundel ’Wees niet wreed’, wordt in religieuze beelden en termen over hem geschreven. Zo beschrijft Diana Ozon hem als heilige:

Ik wil eruit

uit de wc

uit de pijn

uit dit lichaam

Zo stierf The King

Elvis ging dood op het toilet

’Help mij Elvis,

help me’

Ozon legt in het gedicht ’Sint Elvis’ een link tussen het particuliere leed van de ik-figuur en de verlossing die te vinden is in de gedachte dat Elvis ook zo geleden heeft.
In dezelfde bundel schrijft Abdelkader Benali hoe hij als Elvis zingt voor een dame in Beiroet:

De zware, zwoele stem contrasteert zo mooi

met het licht

Van Hezbollah. Wat is dat toch dat we Elvis

Niet willen zijn (liever niet!)

En toch hem worden wanneer we op een dag als deze,

geluk

Willen maken?

Is dit camp (in de zin van een ironische omarming van massacultuur), of is het ernst? Hoewel het een niet altijd van het ander te scheiden is – of juist daarom – neem ik de religieuze lading serieus.

De ambivalente kijk op Elvis loopt ook als een rode draad door het werk van beeldend kunstenaar Henk Tas, bijvoorbeeld in de werken ’Elvis versus God’ (1991) en ’Why me, Lord’ (2001).

Het fenomeen Elvis slaat bruggen tussen humor en ernst, hoge en lage cultuur, taal en religie.

Elvis zelf en zijn manager hebben die religieuze lading waarschijnlijk helemaal niet gewild. De eerste was een oprechte gelovige die zei dat „alleen Jezus Christus King is”. En de laatste dacht met religie en gospels geen winst te kunnen behalen.

Er is een religieuze benadering van Elvis die over the top is en humoristisch dan wel ironisch bedoeld. Zo onderzoekt Gregory Reece, filosofiedocent aan de universiteit van Alabama, in zijn boek ’Elvis Religion. The Cult of the King’ (2006) onder andere de 24 hour church of Elvis en St Elvis the Divine – Church of Elvis. Hij constateert dat deze kerken hun naam helaas niet waarmaken. De ene blijkt vooral een winkel, de andere camp.

Ik ben dominee en Elvisfan. Ik leerde het werk van Elvis Presley kennen toen hij overleed in 1977. Ik was elf jaar.

Mijn ervaringen als krijgsmachtpredikant met veelal jonge militairen hebben me geleerd dat popmuziek boordevol religieuze verwijzingen zit en dat deze muziek als spiritueel geladen ervaren wordt.

Als gemeentepredikant werd ik in 2001 in het bijzonder geraakt door het gospel-oeuvre van Elvis. Sindsdien zijn er meerdere Elviskerkdiensten in Nederland georganiseerd, waarvan enkele jaren geleden een in Paradiso. In het buitenland (Scandinavië, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten) worden ook geregeld kerkdiensten en religieuze bijeenkomsten gehouden met gospels van Elvis. Serieuze Elvis gospelwebsites uit bijvoorbeeld Groot-Brittannië en Nederland benadrukken dat Elvis een oprecht gelovige was die met zijn talenten en tekortkomingen God probeerde te dienen.

Dat is ook de teneur van de zes kerkdiensten die dominee Arjen van der Spek op initiatief van muzikaal leider Jan Getkate in het najaar van 2009 rond Elvis hield in Twente – en in dit voorjaar nog viermaal zal houden. De belangstelling is groot: steeds zaten ruim voor aanvang van de diensten – uiteindelijk zelfs twee op één dag – de kerken al vol, net als de belendende zaaltjes met videoschermen. Op de website degospelsvanelvis.nl schrijven mensen reacties als:

„Als groot Elvisliefhebber heb ik voor het eerst een kerkdienst meegemaakt en in één woord was het fantastisch; echt kippenvel.”

„Vandaag heb ik de ’Elvis-kerkdienst’ in Holten bezocht. Dit na enige twijfel, want wat heb je als niet-Christen nu in een kerk te zoeken? Uiteindelijk won de nieuwsgierigheid het en ik moet zeggen dat ik daar blij om ben! [] Ik weet zeker dat Elvis zelf supertrots zou zijn geweest als hij zou hebben geweten dat er ruim dertig jaar na zijn dood een speciale kerkdienst in-zijn-naam zou zijn gehouden. Een dienst waarin de gospels zouden worden gezongen, die hem in zijn turbulente leven enige broodnodige rust gaven. [] Namens Elvis bedankt en hartstikke goed gedaan!”

„Elvis kwam op tijd voor ons, in een periode dat voor ons niet alles op rolletjes loopt. Dankjewel, voor de geweldige boodschap die jullie brengen in woord, muziek en zang. You’ll never walk alone, He touched me. Wij hebben de dienst alle zes keer gezien.”

Het is ernst met Elvis als symbool van onze condition humaine. Hij is idool en gevallene, goddelijk en menselijk, simul iustus et peccator, rechtvaardig en zondaar tegelijk

Voor mij is het een eigen, nieuwe zoektocht naar het heilige. Het is een zoektocht omdat nog niet eerder een icoon uit de populaire cultuur zo lang kon rijpen. Wat zal het lot van Elvis zijn: vergetelheid of heiligverklaring?

Juist de feilbare kanten van bijbelse figuren als Mozes, Jacob, Simson, David, Elia, Jona, Petrus, Thomas, Paulus spreken tot de verbeelding. Er zijn hedendaagse heiligen-in-wording die eveneens deze rol vervullen, zoals Martin Luther King en Nelson Mandela. Ik durf te stellen dat in de protestantse kerken Calvijn, Bach en Bonhoeffer als heiligen vereerd worden. Theoloog Niek Schuman biedt in zijn handboek ’De weg van de liturgie’ een ’getuigenkalender’ waarin ook binnen de protestantse traditie plaats is voor andersoortige namen naast de bijbelse en klassieke heiligen. Dat biedt een opening voor protestantse heiligen, maar Schuman durft nog geen getuigen uit de populaire cultuur van de twintigste eeuw toe te laten. Elvis past in deze rij, met zijn naar eigen zeggen van God gegeven talent om te zingen en de menselijke neiging tot alle kwaad.

Ook volgens antropologe Erika Doss weerspiegelt Elvis iets van God in de wereld. Toch kunnen voorgangers en theologen hem links laten liggen: hij is irrelevant, low culture of verwerpelijk. Ik vind het interessanter om Elvis in te passen met hermeneutische vaardigheden. Hij staat symbool voor alles wat de kerk niet is en tegelijk is hij als gelovig mens en christusachtige figuur aantrekkelijk voor liturgisch gebruik. Zijn persoon en muziek zijn voor mij als predikant, muziekliefhebber en mens inspirerend.
De getalenteerde, gelovige mens Elvis bezingt zijn geloof vol hoop en wanhoop. Fans benadrukken zijn vrijgevigheid en hartelijkheid. Juist het feit dat hij vroeg en ongelukkig aan zijn eind is gekomen, maakt hem geschikt voor mijn prediking dat je ook zonder happy ending niet uit Gods hand valt. Een troost voor fellow sufferers.

Er is veel gelegen aan de wijsheid van de voorganger en aan het gehoor en zicht van de hoorder en toeschouwer. Maar het evangelie is niet los verkrijgbaar en liturgie is een riskant spel. Het gaan naar een Elviskerkdienst heeft net als het bezoeken van Graceland iets van een pelgrimage, waarin volgens Margry de beloning schuilt van transcendente hulp voor de kwetsbaarheden en onzekerheden van het dagelijkse leven.

„Elvis kwam op tijd voor ons”, zoals een kerkganger reageert. Volksheiligen dienen zich aan, ongeacht de miskenning of afwijzing van het (kerkelijke) establishment. De tijd zal leren welke moderne heiligen tijd en plaats zullen overstijgen en een blijvende plaats in de collectieve herinnering zullen innemen. Ik denk dat Elvis Presley zo’n blijvende plaats zal innemen. De spanning van het culturele fenomeen Elvis, tussen hoge en lage cultuur, God of Devil in Disguise, wordt niet opgelost. Ik laat die spanning graag bestaan op weg van banaliteit naar heiligheid. Of, met de woorden van Leo Vroman:

Elvistijd

Zij die erg in iets geloven

schommelen onder het bidden

maar alleen van boven

ongeveer tot het midden

Elvis daarentegen

geloofde in zijn Geluid

en moest er van buik tot stuit

erg van bewegen.

Straks komen dus degenen

Voor wie stilte het meest betekent

(mijzelf misschien meegerekend)

en die spartelen alleen met hun tenen.

Leave a Comment

Filed under Uncategorized