Elvis: een brug tussen ons en God?

© Fred Omvlee – published in Theologisch Debat (jrg 6, nr 2) –  juni 2009

 Elvis: een brug tussen ons en God?

Meerdere popsterren zijn legendarisch geworden, zoals Hank Williams, Buddy Holly, Janis Joplin, Jimi Hendrix, Jim Morrison, John Lennon, Bob Marley en Tupac Shakur. Zij vertegenwoordigen meer dan waar ze ‘slechts’ als muzikant of artiest voor staan. Het betreft meestal jong gestorven artiesten. Sommige zijn reeds legendarisch terwijl ze nog leven, zoals Bob Dylan en Michael Jackson. Voor een enkeling is zelfs een heuse kerk opgericht: in San Francisco bevindt zich de aan jazzmusicus John Coltrane gewijde ‘Saint John Will-I-Am Coltrane African Orthodox Church’[1]. In dit pantheon neemt Elvis Presley een bijzondere ambivalente plaats in. Elvis lijkt namelijk symbool te staan voor het laagste en het hoogste van de populaire westerse cultuur.

 Ik wil eruit

uit de wc

uit de pijn

uit dit lichaam

 

Zo stierf The King

Elvis ging dood op het toilet

 

‘Help mij Elvis,

help me’

 

Zo legt Diana Ozon in haar gedicht Sint Elvis in de bundel Wees niet wreed. Gedichten voor Elvis Presley (2008) een link tussen het particuliere leed van de ik-figuur en de verlossing die te vinden is in de gedachte dat Elvis ook zo geleden heeft. Is het camp (in de zin van een ironische omarming van massacultuur) of is het ernst?

In TD 5-3, september 2008, stelt Panc Beentjes dat de popmuziek boordevol verwijzingen naar de Bijbel zit en in datzelfde nummer schrijft Ton Zondervan dat hij de wereld als ‘sacramenteel’ ziet, ‘als de plaats waar God zich openbaart, met name in het alledaagse leven.’[2]  Peter Jan Margry bestudeert in het onder zijn redactie vorig jaar verschenen boek Shrines and Pilgrimage in the Modern World. New Itineraries into the Sacred moderne pelgrimages. Zijn algemene conclusie is dat de term seculiere pelgrimage een contradictio in terminis is. Ook moderne pelgrimages naar het graf van bijvoorbeeld Elvis Presley of Jim Morrison zijn religieus. Margry schrijft in zijn conclusie ‘dat vanwege diens primaire existentiële onzekerheden, de mens het nog steeds nodig heeft om hogere machten aan te roepen. Als bestaande kerken en religieuze bewegingen hier niet genoeg mogelijkheden voor bieden, of als deze mogelijkheden niet langer corresponderen met de moderniteit, dan zal men zoeken naar eigen, nieuwe zoektochten naar het heilige.’[3]

 

Mijn positie in dezen is dat ik dominee ben en Elvis-fan. Momenteel ben ik werkzaam als krijgsmachtpredikant op Curaçao en heb eerder ervaringen opgedaan met militairen tijdens uitzendingen naar Liberia en Afghanistan. Vanuit die ervaringen met veelal jonge militairen kan ik bevestigen dat popmuziek boordevol verwijzingen zit naar de Bijbel en deze muziek als spiritueel geladen ervaren wordt. [4] Als gemeentepredikant werd ik rond het overlijden van mijn vader in 2001 in het bijzonder geraakt door het gospel oeuvre van Elvis[5]. Sindsdien heb ik meerdere Elvis-kerkdiensten in Nederland georganiseerd, waarvan één in Paradiso. In het buitenland (Scandinavië, Groot-Brittannië en Verenigde Staten) worden ook geregeld kerkdiensten en religieuze bijeenkomsten gehouden met gospels van Elvis. Ik onderzoek de betekenis van het culturele fenomeen Elvis Presley in algemene zin en in het bijzonder in hoeverre de figuur en zijn muziek nuttig kunnen zijn voor theologie, liturgie en verkondiging. Voor mij is het eigen, nieuwe zoektocht naar het heilige. Het is een zoektocht omdat nog niet eerder een icoon uit de populaire cultuur zo lang kon rijpen. Wat zal het lot van Elvis zijn: vergetelheid of heiligverklaring?

Binnen het bereik van dit artikel kan ik slechts de huidige contouren schetsen. Wat zijn de religieuze elementen die zijn aan te wijzen bij Elvis anno 2009? En wat kunnen we er mee in de kerk?

 

Elvis als historische figuur en zanger

Wie en wat is Elvis Presley? Elvis is allereerst de historische figuur Elvis Aron Presley (1935-1977). Elvis Presley werd religieus opgevoed binnen de Assembly of God-cultuur in het Zuiden van de VS. Als zanger brak in 1955 door met Heartbreak Hotel en maakte zwarte muziek bereikbaar voor blanke jongeren. Dit tot ergernis van de blanke gevestigde orde, scholen en kerken in Noord-Amerika en Europa. Elvis ging in 1958 in militaire dienst en het voortouw in de popmuziek werd overgenomen door een zanger als Bob Dylan en groepen als The Beatles, The Rolling Stones en The Doors. Elvis werd filmacteur en entertainer, tot zijn onverwachte dood op 16 augustus 1977 de wereld schokte. Elvis leefde op dat moment geïsoleerd en aan medicijnen verslaafd. De mystificatie van het fenomeen Elvis begint feitelijk al voor zijn dood. Joe Moscheo, begeleidingsmuzikant van Elvis, beschrijft in het boek The Gospel Side of Elvis (2007) het geloof en de wanhoop van de historische Elvis. Hij citeert uit een brief van Elvis uit 1976: ‘I don’t know who I can talk to anymore. Nor to turn to. I only have myself and the Lord. Help me, Lord, to know the right thing.’[6]

Elvis Presley is daarnaast de zanger die te horen is op ruim achthonderd nummers, welke nog steeds wereldwijd populair zijn, getuige hitlijsten en heruitgaven van Cd’s. Elvis is dankzij dit alles al jarenlang de ‘best verdienende dode artiest’. De acceptatie van Elvis onder popkenners heeft lang te lijden gehad onder het feit dat Elvis zijn nummers niet zelf schreef, maar die onderwaardering lijkt te kenteren. Getuige citaten van onder andere John Lennon, Bruce Springsteen en Bono (U2) is zijn invloed tot op de dag van vandaag ongeëvenaard groot te noemen[7]. Bono noemt Elvis zelfs een Amerikaanse (koning) David, en ‘psalmist’. Elvis is bekend om zijn wereldse repertoire, maar zong van het begin tot het eind van zijn carrière graag gospels. Hij heeft een honderdtal gospels en inspirationals opgenomen, drie gospelalbums uitgebracht en ontving zijn Grammy awards juist voor zijn gospel opnames.

 

Elvis als icoon

Behalve de historische figuur en de zanger is er de icoon Elvis. Weinig andere popsterren kunnen er aanspraak op maken dat men met een enkele pose, stemuithaal of kledingstuk ‘Elvis’ kan neerzetten, of dat men in zoveel andere cultuuruitingen (films, muziek, beeldende kunst, reclame) ‘Elvis’ tegenkomt. ‘Elvis’ is dan herkenbaar aan haardracht, pose en/of kledij. Elvis als icoon is onder te verdelen in drie versies, die weliswaar niet geheel, maar gemakshalve samenvallen met de drie decennia waarin hij opereerde: de Elvis uit de jaren vijftig, zestig en zeventig. De Elvis uit de jaren vijftig is de swingende, onconventionele rebel, met vetkuif, heupbewegingen en gitaar. De Elvis uit de jaren zestig is de gladde acteur in B-films. De ‘jaren zeventig’-Elvis begint feitelijk in 1968 met een ‘come back’ TV show waarin Elvis in zwart leren pak optreedt en verwordt tot de dikke man in het witte pak die hij bij zijn dood in 1977 is. De Elvis in het witte pak is ook een icoon van slechte smaak geworden. Elvis-imitatoren van soms bedenkelijke kwaliteit dragen bij aan dit imago van kitsch en white trash. De populaire hebben media een uitgesproken voorkeur voor de laatste verschijningsvorm. In films, boeken, popmuziek en andere cultuuruitingen (commercials) verschijnt Elvis als icoon geregeld. Humor, camp en ernst zijn daarin soms moeilijk te onderscheiden. Wanneer betreft iets doorgeschoten fandom, spot, winstbejag of oprechte bewondering?

‘Elvis’ duikt deze tijden nog steeds op. In Nederland onder andere in de musical Joseph and the Amazing Technicolor Dreamcoat waar de farao de looks en de stijl van ‘Elvis’ (‘The Pharaoh is in the building’) vertoont. Elvis’ muziek staat centraal in de musical Love me tender-All shook up van Joop van den Ende Theaterproducties die in het najaar van 2009 verwacht wordt. In de Verenigde Staten begint eind 2009 een serie voorstellingen van Cirque du Soleil rond het leven van Elvis. In januari 2010 zal het vijfenzeventig jaar geleden zijn dat Elvis geboren werd, wat veel aandacht zal krijgen. In 2008 verscheen de eerder genoemde bundel Wees niet wreed, waarin bijna honderd Nederlandse dichters een bijdrage leverden. VPRO’s Metropolis toonde in mei 2008 in de aflevering Elvis lives! hoe Elvis mensen inspireert van Korea tot Zambia, met daarin onder andere een lesbische Elvis impersonator die in Amerikaanse kerken evangeliseert…

 

Elvis als religieuze icoon

We have reasons to believe we all will be received in Graceland’, zingt Paul Simon op het album Graceland (1986), daarmee verwijzend naar de religieuze status van Elvis en zijn landgoed Graceland. Elvis als icoon kent namelijk ook een religieuze verschijningsvorm, de ‘heilige Elvis’. Erika Doss, hoogleraar American Studies aan de universiteit van Notre Dame, Indiana, beschreef Saint Elvis al eerder en vervolgt haar onderzoek in de bundel van Margry[8]. Graceland wordt gedurende het hele jaar druk bezocht, maar met name in de Elvis Week, die jaarlijks op 16 augustus uitmondt in een stille tocht, the Candlelight Vigil langs het graf van Elvis. Het andere jaarlijkse zwaartepunt ligt rond Elvis’ geboortedag op 8 januari.

Er is een paradox waar te nemen bij de bezoekers van Graceland. De pelgrims die het graf van Elvis op het landgoed Graceland bezoeken, vertonen in hun gedragingen, gebeden en ernst religieus gedrag. Omdat de geïnterviewde fans zich echter bewust zijn van de karikatuur die ‘de pers’ graag schetst van Elvis-fans, wijzen ze Elvis als heilige af. In feite echter, stelt Doss, passen de Amerikaanse Elvis-fans met hun geprivatiseerde verering naadloos in de historische patronen van Amerikaanse religiositeit[9]. Zij citeert een katholieke Elvis-fan: ‘There is a distance between human beings and God. That is why we are close to Elvis. He is like a bridge between us and God[10]. Doss stelt dat Elvis gezien wordt als fellow sufferer, dienaar van God en als Christusachtige redder. Serieuze Elvis gospel sites uit bijvoorbeeld Groot-Brittannië en Nederland[11] benadrukken dat Elvis een oprecht gelovige was die met zijn  talenten en tekortkomingen God probeerde te dienen.

 Gregory Reece, filosofiedocent aan de universiteit van Alabama, onderzoekt en beschrijft in zijn boek Elvis Religion. The Cult of the King (2006) onder andere de 24 hour church of Elvis en St Elvis the Divine – Church of Elvis[12]. Hij constateert dat deze genoemde kerken hun naam helaas niet waarmaken, de eerste blijkt vooral een  winkel, het tweede camp. Hij erkent wel de alomaanwezigheid van Elvis in Amerikaanse films en romans. Hij stelt dat Elvis vanwege zijn ‘god-like’ kwaliteiten gecombineerd met zijn verval en dood voor mensen juist een transcendente figuur is. Hij oppert dat Elvis op die manier ‘echt redt’[13]. De Nederlandse Elvis-onderzoeker Rob van Scheers, co-auteur van Paul Verhoevens boek Jezus van Nazaret en schrijver van Elvis in Nederland (2007) noemt Elvis een multi-interpretabel icoon, die Nederlandse kunstenaars (Henk Tas), schrijvers (Connie Palmen, Jan Kal) en gelovigen anno 2007 inspireert[14]

In de wereld van satirische websites en beeldende kunst zijn er veel verwijzingen naar Elvis als Jezus of God te vinden. In de Nederlandse beeldende kunst vinden we bijvoorbeeld Carolus Diederich ‘Bienheureux ceux qui meurent dans le seigneur’, waarin Elvis de rol van Jezus heeft ingenomen in een eucharistisch tafereel. Elvis en religie lopen als een rode draad door het werk van Henk Tas, bijvoorbeeld in de werken ‘Elvis versus God’ (1991), ‘Why me, Lord’ (2001) en in de vele lijkwaden met het true image van Elvis, door Erica Smulders[15].

 

In de bundel waarin ook het gedicht van Diana Ozon verscheen, geven meer dan honderd gevestigde en minder gevestigde dichters gehoor aan de opdracht ‘schrijf een gedicht over Elvis Presley’. Opmerkelijk zijn de vele religieus geladen verwijzingen door de dichters, van Abdelkader Benali, Leo Vroman tot Michael Zeeman. Eerstgenoemde situeert zijn gedicht in Beiroet en schrijft:

De zware, zwoele stem contrasteert zo mooi

met het licht

Van Hezbollah. Wat is dat toch dat we Elvis

            Niet willen zijn (liever niet!)

En toch hem worden wanneer we op een dag als deze,

            geluk

Willen maken?[16] 

Uit de vele Elvis-gedichten met religieuze verwijzingen toont juist dit gedicht van Abdelkader Benali aan dat Elvis  grenzen van cultuur en religie overstijgt.

 

Wat kunnen we met Elvis in de kerk?

Voorafgaand aan de vraag of je iets met Elvis in de kerk kunt dien je je af te vragen waarom je iets met Elvis, of met welke mens dan ook in de kerk zou moeten. Is het acceptabel om een mens in de liturgie een centrale plaats te geven? Hoe acceptabel is het om Elvis niet alleen cultureel als icoon te beschouwen, maar ook theologisch? Als we als mensen beelddrager van God zijn, geschapen naar het imago Dei, betekent dat volgens Dingemans dat er geen wezensverwantschap is tussen God en mens, God is God en mens is mens, maar wel dat mensen iets van God kunnen weerspiegelen in de wereld[17]. Voor de theoloog en de kerkganger zal Christus in de liturgie centraal staan, maar kan een mens naar hem of God verwijzen. Die rol vervullen Bijbelse figuren ook. Juist de feilbare kanten van een Mozes, Jacob, Simson, David, Elia, Jona, Petrus, Thomas, Paulus spreken tot de verbeelding. Er zijn hedendaagse heiligen-in-wording die eveneens die rol vervullen, zoals Martin Luther King en Nelson Mandela. Ik durf te stellen dat in de protestantse kerken Calvijn, Bach en Bonhoeffer als heiligen vereerd worden. Eerder heeft John Exalto al duidelijk gemaakt dat het protestantisme ogenschijnlijk heeft afgerekend met heiligen, maar dat er de facto wel protestantse heiligen vereerd worden[18]. De protestantse Niek Schuman biedt in De weg van de liturgie een ‘getuigenkalender’ waarin ook binnen de protestantse traditie plaats is voor ‘andersoortige’ namen naast de Bijbelse en klassieke heiligen[19]. Dat biedt een opening voor protestantse heiligen, maar Schuman durft nog geen getuigen uit de populaire cultuur van de 20ste eeuw toe te laten.

Ik denk dat Doss aantoont dat Elvis iets weerspiegelt van God in de wereld. Als voorganger en theoloog, als kerken kun je hem links laten liggen als zijnde irrelevant of gevaarlijk. Ik vind het interessanter om met hermeneutische vaardigheden Elvis in te passen. Hij staat symbool voor alles wat de kerk niet is en tegelijk is hij als gelovig mens en Christusachtige figuur aantrekkelijk voor liturgisch gebruik. Zijn persoon en muziek zijn voor mij als predikant, muziekliefhebber en mens inspirerend. De getalenteerde, gelovige mens Elvis bezingt zijn geloof vol hoop en wanhoop. Fans benadrukken zijn vrijgevigheid en hartelijkheid. Juist het feit dat hij vroeg en ongelukkig aan zijn eind is gekomen, maakt hem geschikt voor mijn prediking dat je ook zonder ‘happy end’ niet uit Gods hand valt. Een troost voor fellow sufferers. Elvis is ronduit een moderne heilige.

Wat wordt opgeroepen en waar ik van geniet, is de verwarring die ontstaat als het begrip ‘kerk’ en het begrip ‘Elvis’ met elkaar in verband worden gebracht. Ze lijken beide tot onverenigbare domeinen te horen. Kerk staat voor alles wat keurig, beschaafd, goed, en goddelijk, maar ook saai en voorspelbaar is. Elvis staat dan voor alles wat werelds, voos, goedkoop, laag, maar ook sappig en sexy is. Wat gebeurt er als die verwarring wordt opgeroepen? Het intrigeert mens en media, getuige zowel de opkomst bij Elvis-kerkdiensten als de media-aandacht. Het gebruik van muziek van Elvis en zijn naam en beeld roepen een lage drempel op, waardoor mensen niet alleen gemakkelijk binnenkomen, maar zelfs aangetrokken worden. Geregeld vertellen bezoekers dat ze voor het eerst van hun leven in een kerkdienst zijn, of voor het eerst sinds jaren weer in een kerk komen. Inhoudelijk is het aan de voorganger om Elvis en de christelijke boodschap bij elkaar te brengen. Er is het gevaar van teveel Elvis en te weinig Jezus, maar ook van teveel Jezus en te weinig Elvis.

Er zijn ook praktische uitdagingen: het fenomeen Elvis en zijn gospelmuziek lenen zich allicht voor een interessante thema-dienst, maar lenen ze zich ook voor intensiever liturgisch gebruik? Daar dienen zich de vraag naar universaliteit, houdbaarheid en herhaalbaarheid aan. De christelijke eredienst vond en vind zijn kracht in deze elementen. Heeft de figuur en de religieuze muziek van Elvis voldoende draagkracht om meer dan de waan van de dag te zijn?

Over de universaliteit en de houdbaarheid van de figuur en muziek van Elvis maak ik me geen zorgen. Wat betreft de herhaalbaarheid: Elvis heeft drie gospelalbums gemaakt en in totaal zijn er zo’n honderd spirituals en gospels door hem opgenomen. In zijn gospel oeuvre toonde hij zich schatplichtig aan de Afro-Amerikaanse religieuze roots van de popmuziek. Volgens biograaf Peter Guralnick was Elvis een groot kenner van dit genre[20]. Daar zitten bekende spirituals bij als Amazing Grace, Joshua Fit the Battle of Jericho, How Great Thou Art en It is no Secret what God can do waarvan de laatste twee ook in het Nederlands bekend zijn als respectievelijk ‘o Heer, mijn God’ en ‘Is hier een hart, door vrees benard’[21]. Uitgebreide liturgische aanbevelingen vallen buiten het doel van dit artikel, maar op grond van de veelheid en diversiteit van Elvis’ gospels zijn verschillende kerkdiensten samen te stellen, rond diverse Bijbelteksten en/of thema’s[22]. Het relationele of maatschappelijke leed dat Elvis bezingt in seculiere nummers als Suspicous Minds, Don’t cry Daddy, You gave me a Mountain, Walk a mile in my shoes en In the Ghetto sluiten aan bij de levensverhalen van zijn fellow sufferers.

 

Er is veel gelegen aan de wijsheid van de voorganger en aan het gehoor en zicht van de hoorder en toeschouwer. Feitelijk is die uitdaging even groot als bij elke kerkdienst waar muziek uit een bepaalde traditie en de liturgie in een bepaalde stijl plaatsvindt, of waar een specifiek thema behandeld wordt. Maar het evangelie is niet los verkrijgbaar en liturgie is een riskant spel. Het gaan naar een Elvis-kerkdienst heeft iets van een pelgrimage, waarin volgens Margry de beloning schuilt in het vinden van transcendente hulp voor de kwetsbaarheden en onzekerheden van het dagelijkse leven[23]. Volksheiligen dienen zich aan, ongeacht de miskenning of afwijzing van het kerkelijke establishment. De publieke rouw na het overlijden van Lady Diana, Pim Fortuyn en Andre Hazes lieten dat zien. De tijd zal leren welke moderne heiligen tijd en plaats zullen overstijgen en een blijvende plaats in de collectieve herinnering zullen innemen. Ik durf de stelling aan dat Elvis Presley zo’n blijvende plaats zal innemen.Het is aan de voorgangers in de kerken of zij het aandurven moderne heiligen toe te laten. Er is iets bij te verliezen, maar er is ook veel bij te winnen.

 

De spanning van het culturele fenomeen Elvis wordt niet opgelost. Ik laat die spanning, verwoordt door dichter Stefan Nieuwenhuis, graag bestaan:

 

Ik heb zeer vele posters aan de muur 

een vlag achter de televisie met zijn naam

kussens, sjalen en vanen

over de hele breedte

staan zijn beelden

 

Hij ziet mij altijd

en ik huil soms

kijk op

vind troost

en het is beter

 

dan draai ik een plaat

en ben ik weer in de hemel

bij Hem

 

ik zeg altijd

tot straks Elvis Presley

gek misschien maar dat voelt zo[24]

 

Drs. F.R. Omvlee is geestelijk verzorger bij de marine, standplaats Curaçao. Tevens verricht hij aan de Vrije Universiteit te Amsterdam een promotieonderzoek naar de doorwerking van Elvis Presley.

 

 

 


[1] Zie http://www.coltranechurch.org.

[2] Zie Ton Zondervan, ‘Zoeken naar sporen van God in de hedendaagse cultuur,’ Theologisch Debat 5 nr. 3 (sep. 2008) 8-17.

[3] Zie Peter J. Margry (ed.) Shrines and Pilgrimage in the Modern World. New Itineraries into the Sacred. Amsterdam University Press, Amsterdam 2008, 327. (Vertaling citaat F.O.)

[4] Zie voor soortgelijke ervaringen in Afghanistan het artikel van Peter Kortekaas, ‘Kerk­diensten in de woestijn van Afghanistan,’ Theologisch Debat 5 nr. 2 (juni 2008) 36-45.

[5] Zie Fred Omvlee, ‘Elvis Presley… het toonbeeld van de zoekende mens’, in: Maria Hockers, De gloed van God. Gesprekken over trouw, toewijding en twijfel. Altamira, Haarlem 2006, 59-66.

[6] Zie Joe Moscheo, The Gospel Side of Elvis, Center Street, New York 2007, 130.

[7] John Lennon zei “ Before Elvis, there was nothing”, oorspronkelijk in tijdschrift Rolling Stone, 1971, zie: http://en.wikiquote.org/wiki/Elvis_Presley.

Bruce Springsteen zei: “Zoals Elvis ons lichaam bevrijdde, zo bevrijdde Bob (Dylan) onze geest” in: OOR’s eerste Nederlandse Popencyclopedie 2006, Amsterdam 2005, 134.

Bono schreef:  “Elvis woke up my heart” in essay: ‘Elvis: American David’, in Q Magazine, 1995, te lezen op: http://www.u2station.com/news/archives/1995/06/bonos_essay_of.php. Zie Bono dit gedicht gedeeltelijk voordragen op Youtube: http://www.youtube.com/watch?v=9Q87_PNG5lE

[8] E. Doss, ‘Rock and Roll Pilgrims: Reflections on Ritual, Religiosity, and Race at Graceland’, in P.J. Margry (ed.) Shrines and Pilgrimage in the Modern World, 123-141. Zie ook Erika A. Doss, Elvis Culture: Fans, Faith, and Image, University Press of Kansas, Lawrence KS, 1999.

[9] Doss, a.w, 131.

[10] Doss, a.w., 129.

[11] Zie http://www.elvisgospel.com en http://www.elvisgospel.nl

[12] Zie bijvoorbeeld http://www.24hourchurchofelvis.com en http://www.drabruzzi.com/elvis_the_divine.htm.

[13] Gregory L. Reece, Elvis Religion. The cult of the King, Taurus, London 2006, 190.

[14] Zie R. Van Scheers, Elvis in Nederland, UMCO, Baarn 2007, 159vv.

[15] Geëxposeerd op de expositie ‘Elvis is hier’ in FAXX, Tilburg, augustus 2002.

[16] A. Benali, ‘Hopla!’ in: Kees ’t Hart, John Schoorl (red.), Wees niet wreed. Gedichten voor Elvis Presley. Van Nijgh & Ditmar, Amsterdam 2008, 8.

[17] Zie G.D.J Dingemans, De stem van de Roepende, Kok, Kampen 2000, 334.

[18] J. Exalto: Gereformeerde heiligen, Nijmegen 2005.

[19] N. Schuman e.a., De weg van de liturgie, Meinema, Zoetermeer 1998, 450-453.

[20] Zie Peter Guralnick, Last Train to Memphis. The rise of Elvis Presley, London 1994 en idem Careless Love. The unmaking of Elvis Presley, London 1999

[21] Zoals te vinden in de Evangelische Liedbundel, resp. 374 en 232.

[22] Zie voor een beschrijving van de liturgie van een Elvis-kerkdienst: F. Omvlee ‘Ik geloof in de God van Elvis, Bob en Bono’ in: In de Marge 14 nr. 4 (2005) 33-40.

[23] Zie P.J. Margry (ed.) a.w., 324.

[24] Dichter Stefan Nieuwenhuis (1972) ’Waar het mij om gaat’, in ’t Hart en Schoorl, a.w. 120.

 

Andere literatuur:

Gilbert Rodman, Elvis after Elvis, the posthumous career of a living legend, London 1996.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s